-
a.
de behoefte aan IOP's bij het bedrijfsleven te inventariseren, al dan niet op basis van door de stuurgroep zelf aangedragen ideeën;
-
b.
op basis van de in onderdeel a bedoelde inventarisaties in overleg met onderzoeksorganisaties, onderzoekers en potentiële gebruikers van de onderzoeksresultaten na te gaan welke terreinen voor een IOP in aanmerking komen;
-
c.
de terreinen te selecteren waarop een IOP wordt gestart;
-
d.
zo nodig programmavoorbereidingscommissies in te stellen;
-
e.
de door programmavoorbereidingscommissies opgestelde of op andere wijze tot stand gekomen meerjarenplannen voor IOP's met de bijbehorende begrotingen te beoordelen, af te stemmen met departementale werkzaamheden op aanverwante terreinen en, zo nodig na bijstelling, vast te stellen;
-
f.
programmacommissies in te stellen;
-
g.
de door de programmacommissies opgestelde jaarwerkplannen voor IOP's met de bijbehorende begrotingen te beoordelen en, zo nodig na bijstelling, vast te stellen;
-
h.
indien zij dit nodig oordeelt, op basis van de jaarwerkplannen van programmacommissies te overleggen met onderzoeksorganisaties, onderzoekers en potentiële gebruikers van de onderzoekresultaten over de implementatie of de bijstelling van programmaonderdelen;
-
i.
de voortgang van IOP's te bewaken;
-
j.
de afzonderlijke IOP's tussentijds te evalueren, waarna zij zo nodig kan besluiten tot stopzetting van een IOP;
-
k.
de afzonderlijke IOP's achteraf te evalueren;
-
l.
het instrument van de IOP's op gezette tijden te evalueren.