Regeling eisen persoonlijke verblijfsruimte justitiële tbs-inrichtingen

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 22 september 2000, kenmerk 5053768/TvdW/rb;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing op de persoonlijke verblijfsruimten welke zich bevinden binnen de beveiligde zone van de inrichting.

Artikel

3

§

2

De persoonlijke verblijfsruimte

Artikel

4

De persoonlijke verblijfsruimte heeft minimaal een vloeroppervlak van 10 vierkante meter.

Artikel

5

Artikel

6

De persoonlijke verblijfsruimte is toegankelijk door een afsluitbare deur.

Artikel

7

Artikel

8

De persoonlijke verblijfsruimte is voorzien van een voorziening waarmee vanuit de persoonlijke verblijfsruimte te allen tijde met een personeelslid of medewerker van de inrichting contact kan worden opgenomen.

Artikel

9

De persoonlijke verblijfsruimte is voorzien van een van binnenuit en al dan niet van buitenaf bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte.

Artikel

10

Artikel

11

De persoonlijke verblijfsruimte is ingericht met tenminste:

  • a.

    een spiegel;

  • b.

    een kast;

  • c.

    een tafel;

  • d.

    een stoel;

  • e.

    een aan de wand bevestigd prikbord of vergelijkbare voorziening;

  • f.

    een bed;

  • g.

    twee contactdozen.

§

3

Overgangsbepaling

Artikel

12

Persoonlijke verblijfsruimten waarvan de oorspronkelijke bouw is aangevangen voor 1996, moeten in elk geval voldoen aan de eisen vermeld in de artikelen 3, 5, 6, 7, 8, 9 en 11, en moeten in elk geval voor 1 januari 2006 voldoen aan de eisen vermeld in de artikelen 4 en 10.

§

4

Slotbepalingen

Artikel

13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatcourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen persoonlijke verblijfsruimte justitiële tbs-inrichtingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van JustitieA.H. Korthals