Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regels over het recht op terugbetaling of een ontheffing van de verplichting tot betaling van de vervoerprijs van ongebruikte of gedeeltelijk gebruikte vervoerbewijzen (Regeling terugbetaling en ontheffing betalingsverplichting nationale vervoerbewijzen)
Regeling terugbetaling en ontheffing betalingsverplichting nationale vervoerbewijzen
Terugbetaling van een combinatie-abonnement als bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van de Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer kan plaatsvinden indien door wijziging van de dienstregeling voor het openbaar vervoer, het aanbod van dat openbaar vervoer, waarop het abonnement recht geeft, wezenlijk afwijkt van het aanbod op de dag voordat die wijziging is ingegaan.
2
De periode waarover terugbetaling als bedoeld in het tweede lid kan worden verlangd, vangt niet eerder aan dan de eerste dag waarop de wijziging van de dienstregeling is ingegaan.
3
Terugbetaling van een combinatie-abonnement in andere gevallen dan genoemd in het eerste lid kan uitsluitend plaatsvinden volgens de door de vervoerder vastgestelde voorwaarden.
Artikel
3
1
Voor een nationaal vervoerbewijs met een geldigheidsduur van een week wordt van de vervoerprijs terugbetaald:
a.
100% indien het vervoerbewijs voor de aanvang van de geldigheid of uiterlijk op de eerste dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
b.
60% indien het vervoerbewijs op de tweede dag van de geldigheidsduur is ingeleverd, en
c.
30% indien het vervoerbewijs op de derde dag van de geldigheidsduur is ingeleverd.
2
Indien drie of meer dagen van de geldigheidsduur zijn verstreken, wordt niet tot terugbetaling overgegaan.
Artikel
4
1
Voor een nationaal vervoerbewijs met een geldigheidsduur van een maand wordt van de vervoerprijs terugbetaald:
a.
100% indien het vervoerbewijs voor de aanvang van de geldigheidsduur of uiterlijk op de eerste dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
b.
80% indien het vervoerbewijs op de tweede dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
c.
60% indien het vervoerbewijs op de vierde dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
d.
40% indien het vervoerbewijs op de zesde dag van de geldigheidsduur is ingeleverd,
e.
20% indien het vervoerbewijs op de achtste dag van de geldigheidsduur is ingeleverd, en
f.
10% indien het vervoerbewijs op de negende dag van de geldigheidsduur is ingeleverd.
2
Indien negen of meer dagen van de geldigheidsduur zijn verstreken wordt, niet tot terugbetaling overgegaan.
Artikel
5
1
Voor een nationaal vervoerbewijs met een geldigheidsduur van een jaar wordt terugbetaald het betaalde bedrag met aftrek van het verbruik van het vervoerbewijs.
2
Het verbruik, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het aantal verstreken volle kalendermaanden te vermenigvuldigen met de prijs van een overeenkomstige maandabonnementskaart tegen het geldende tarief zoals dat gold op de eerste dag van de geldigheidsduur.
3
Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing voor de maand waarin inlevering plaatsvindt.
4
Indien negen maanden en negen of meer dagen van de geldigheidsduur zijn verstreken wordt niet tot terugbetaling overgegaan.
Indien het terug te betalen bedrag, na aftrek van administratiekosten, minder dan € 3 bedraagt, wordt niet tot terugbetaling overgegaan.
Artikel
7
Indien tot terugbetaling van de vervoerprijs wordt overgegaan, is de reiziger een bedrag van € 5 aan administratiekosten verschuldigd.
Artikel
8
1
Een verzoek tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van nationale vervoerbewijzen wordt ingediend bij Postkantoren BV, Postbus 30444, 3503 AG te Utrecht.
2
In afwijking van het eerste lid wordt een verzoek tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een nationaal vervoerbewijs met een geldigheidsduur van een jaar ingediend bij het kantoor van aankoop.
3
Bij het verzoek om terugbetaling wordt vermeld de naam, het adres en de woonplaats van de verzoeker alsmede een bank- of postgirorekeningnummer.
Artikel
9
De artikelen 2 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing op een ontheffing van de betalingsverplichting.
Artikel
10
Wijzigt deze regeling.
Artikel
11
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Artikel
12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling terugbetaling en ontheffing betalingsverplichting nationale vervoerbewijzen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos