Artikel
1
Met ingang van 1 januari 2001 worden tot lid van de examencommissie, die in het jaar 2001 het examen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en de proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van het Octrooigemachtigden-reglement afneemt, benoemd:
-
de heer mr. J.L. Driessen, tevens voorzitter, lid van de Octrooiraad;
-
de heer mr. J. de Bruijn, tevens plaatsvervangend voorzitter, buitengewoon lid van de Octrooiraad;
-
de heer mr. E.A. Arkenbout, raadadviseur Ministerie van Justitie;
-
de heer drs. F. Barendregt, octrooigemachtigde te Rijswijk;
-
de heer ir. H.F.M. Beckers, octrooigemachtigde te Eindhoven;
-
de heer ir. L.Th.M. Crouzen, lid van de Octrooiraad;
-
de heer mr. ir. R.A. Grootoonk, lid van de Octrooiraad;
-
mevrouw drs. H.L.P. Joppe, octrooigemachtigde te Vlaardingen;
-
prof. mr. ir. A.A.A. Louët Feisser, octrooigemachtigde te Amsterdam en hoogleraar `Bescherming technische kennis en octrooibeleid' Technische Universiteit Twente;
-
prof. mr. M.M. Mendel, hoogleraar handelsrecht Universiteit Leiden;
-
prof. mr. A.L. Mohr, hoogleraar ondernemingsrecht Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof te Amsterdam;
-
de heer ir. G. Oostrom, ondervoorzitter Octrooiraad;
-
mevrouw mr. Y.G. Prins-Blei Weissmann, auteur;
-
de heer ir. Th.A.H.J. Smulders, octrooigemachtigde te 's-Gravenhage;
-
de heer mr. ir. J.H.F. de Vries, octrooigemachtigde te Amsterdam.