Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder wet: Wet bevordering eigenwoningbezit.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder wet: Wet bevordering eigenwoningbezit.
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Het bedrag waaraan het rekeninkomen ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet, ten minste gelijk moet zijn, is per 1 januari 2001:
voor een eenpersoonshuishouden: f 23 800;
voor een tweepersoonshuishouden: f 29 900;
voor een eenpersoonsouderenhuishouden: f 23 900 en
voor een tweepersoonsouderenhuishouden: f 29 750.
Het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, per 1 januari 2001 is:
voor een eenpersoonshuishouden: f 23 800;
voor een tweepersoonshuishouden: f 29 900;
voor een eenpersoonsouderenhuishouden: f 23 900 en
voor een tweepersoonsouderenhuishouden: f 29 750.
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Voor een primaire toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in artikel 23, aanhef, van de wet wordt de hypothecaire lening afgesloten in de vorm van een:
annuïteitenhypotheek;
lineaire hypotheek;
spaarhypotheek, of
combinatie van hypotheekvormen als bedoeld onder a, b en c.
Voor een primaire toekenning van een eigenwoningbijdrage als bedoeld in artikel 23, aanhef, van de wet wordt de hypothecaire lening afgesloten met een rentevaste periode van 15 jaar of langer.
Het percentage van de normrente bedraagt, voorzover de datum van de acceptatie van de offerte, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet, is gelegen voor 1 april 2001: 6,9.
Het normbedrag voor de spaarpremie bedraagt, voorzover de peildatum is gelegen voor 1 april 2001: f 83.
In artikel 27, eerste lid, van de wet wordt:
in onderdeel a `0,31', indien het rekeninkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan € 14 974,75, vervangen door `0,29', en indien het rekeninkomen meer bedraagt dan € 14 974,75 vervangen door `0,33' en
in onderdeel b `0,16', indien het rekeninkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan € 14 974,75, vervangen door: 0,13.
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Het netto inkomen over de eerste kalendermaand van het desbetreffende bijdragetijdvak wordt herrekend door:
voor een eenpersoonshuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor alleenstaanden krachtens de Algemene bijstandswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22;
voor een tweepersoonshuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor gehuwden krachtens de Algemene bijstandswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22;
voor een eenpersoonsouderenhuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, verminderd met het in onderdeel c van dat artikel genoemde bedrag, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor alleenstaanden krachtens de Algemene Ouderdomswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22, en
voor een tweepersoonsouderenhuishouden: dat netto inkomen te vermenigvuldigen met een factor die wordt verkregen door het betrokken minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de wet, verminderd met het in onderdeel d van dat artikel genoemde bedrag, te delen door een bedrag dat gelijk is aan de netto uitkering voor gehuwden krachtens de Algemene Ouderdomswet zonder inbegrip van de daarover berekende vakantietoeslag, vermeerderd met € 22.
Indien de peildatum, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Gewenningssubsidieregeling eigenwoningbezit is gelegen voor of op 31 december 2000 wordt de aanvraag om een koopgewenningssubsidie, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van die regeling, afgedaan overeenkomstig die regeling, zoals deze luidde op 31 december 2000, behoudens het derde lid.
Voor de toepassing van artikel 17 van de Gewenningssubsidieregeling eigenwoningbezit wordt uitgegaan van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals deze luidde op 31 december 2000. In afwijking van artikel 19, vierde lid, tweede volzin, van die regeling geschiedt de herrekening van het netto bedrag van de subsidie krachtens die regeling naar het uit te betalen bruto bedrag door dat netto bedrag te verhogen met een bedrag dat gelijk is aan de belasting die op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 over de koopgewenningssubsidie zal moeten worden betaald.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevordering eigenwoningbezit.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.