Regeling premieheffing ziekenfondsverzekering zelfstandigen 2001

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Indien de premieplicht ingevolge artikel 15a, eerste lid, van de wet eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt, wordt van hem premie geheven naar het heffingspercentage.

Artikel

3

Voor de premieheffing behoren niet tot het premie-inkomen:

Artikel

4

Artikel

5

Indien het heffingspercentage of het premie-inkomen wordt bepaald door middel van tijdsevenredige vaststelling, wordt daarbij:

  • a.

    een kalenderjaar op 360 dagen gesteld;

  • b.

    een kalendermaand op 30 dagen gesteld;

  • c.

    de dag waarop het tijdvak aanvangt, als een gehele dag in aanmerking genomen;

  • d.

    de dag waarop het tijdvak eindigt, niet in aanmerking genomen.

Artikel

6

Voor de toepassing van artikel 15a, eerste lid, van de wet wordt de persoon die verzekerd is uit hoofde van werkzaamheden waarvan de opbrengst niet onderworpen is aan de inkomstenbelasting, geacht ook voor die opbrengst daaraan te zijn onderworpen. In dat geval wordt de opbrengst tot het premie-inkomen gerekend.

Artikel

7

De Regeling premieheffing ziekenfondsverzekering zelfstandigen in bijzondere gevallen wordt ingetrokken.

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling premieheffing ziekenfondsverzekering zelfstandigen 2001.

Deze regeling zal met de toelichting en de daarbij behorende bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-Eilers