het percentage dat naar tijdsevenredigheid is afgeleid van het premiepercentage, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wet, en op honderdsten naar beneden wordt afgerond.
2
Voor de toepassing van deze regeling wordt onder mogendheid mede verstaan de Nederlandse Antillen en Aruba.
Artikel
2
Indien de premieplicht ingevolge artikel 15a, eerste lid, van de wet eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt, wordt van hem premie geheven naar het heffingspercentage.
Artikel
3
Voor de premieheffing behoren niet tot het premie-inkomen:
a.
uitkeringen ingevolge de sociale zekerheidswetgeving van een andere mogendheid die zijn onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake ziektekosten van die andere mogendheid;
b.
ten aanzien van degene die verzekerd is en die tevens werkzaamheden verricht of heeft verricht buiten Nederland: het gedeelte van het premie-inkomen, waarop, ingevolge een internationale regeling inzake sociale zekerheid die tussen Nederland en een of meer andere mogendheden van kracht is, de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is, of dat, bij gebreke van een internationale regeling, is onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake ziektekosten van een andere mogendheid;
Ten aanzien van de persoon die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar niet premieplichtig is ingevolge artikel 15a, eerste lid, van de wet doch wel belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting en op wie artikel 2 niet van toepassing is, wordt voor de premieheffing het premie-inkomen naar tijdsevenredigheid afgeleid van het premie-inkomen dat in aanmerking zou zijn genomen indien de premieplicht ingevolge artikel 15a, eerste lid, van de wet volledig zou zijn samengevallen met de belastingplicht.
2
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt als premie-inkomen geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het premie-inkomen verminderd met het gedeelte daarvan waarop, ingevolge een internationale regeling inzake sociale zekerheid die tussen Nederland en een of meer andere mogendheden van kracht is, de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is, of dat, bij gebreke van een internationale regeling, is onderworpen aan premieheffing krachtens een wettelijke regeling inzake ziektekosten van een andere mogendheid.
Artikel
5
Indien het heffingspercentage of het premie-inkomen wordt bepaald door middel van tijdsevenredige vaststelling, wordt daarbij:
a.
een kalenderjaar op 360 dagen gesteld;
b.
een kalendermaand op 30 dagen gesteld;
c.
de dag waarop het tijdvak aanvangt, als een gehele dag in aanmerking genomen;
d.
de dag waarop het tijdvak eindigt, niet in aanmerking genomen.
Artikel
6
Voor de toepassing van artikel 15a, eerste lid, van de wet wordt de persoon die verzekerd is uit hoofde van werkzaamheden waarvan de opbrengst niet onderworpen is aan de inkomstenbelasting, geacht ook voor die opbrengst daaraan te zijn onderworpen. In dat geval wordt de opbrengst tot het premie-inkomen gerekend.
Artikel
7
De Regeling premieheffing ziekenfondsverzekering zelfstandigen in bijzondere gevallen wordt ingetrokken.
Artikel
8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Artikel
9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling premieheffing ziekenfondsverzekering zelfstandigen 2001.
Deze regeling zal met de toelichting en de daarbij behorende bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.Borst-Eilers