Besluit van de Verzekeringskamer van 19 december 2000, nr. 3.241/2000-5767, tot uitvoering van artikel 6d, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, houdende regels voor het indienen van een klacht door de deelnemersraad als bedoeld in het eerste en tweede lid van artikel 6a van de Pensioen- en spaarfondsenwet, of door een gedeelte van ten minste 10% van de leden van die deelnemersraad (Klachtregeling deelnemersraden)
het woon- en kantooradres van de vertegenwoordigers die de deelnemersraad respectievelijk een gedeelte van de deelnemersraad, ter zake van de klacht heeft aangewezen;
b)
de datum waarop het bevoegde orgaan van het pensioenfonds heeft meegedeeld dat het advies van de deelnemersraad niet of niet geheel wordt gevolgd;
c)
de datum waarop de klacht wordt ingediend;
d)
de naam en het adres van het bevoegde orgaan van het pensioenfonds dat de klacht aangaat;
Bij de klacht worden de volgende stukken meegezonden:
a)
stukken, waaruit blijkt dat de klacht door ten minste 10% van de leden van de deelnemersraad wordt ingediend;
b)
stukken, waaruit blijkt op welke besluiten dan wel voorgenomen besluiten van het daartoe bevoegde orgaan van het pensioenfonds de klacht betrekking heeft;
c)
een afschrift van het advies van de deelnemersraad aan het pensioenfonds;
d)
een afschrift van de mededeling van het bevoegde orgaan van het pensioenfonds aan de deelnemersraad dat het advies niet of niet geheel wordt opgevolgd.