Subsidieregeling milieugerichte technologie 2001

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de Minister van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

b.
groep:

economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • 1º.
    • een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan;

      • volledig aansprakelijk vennoot is van, of

      • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • 2º.
    • laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

c.
de milieuverdienste:

het belang van een project voor de vermindering van de belasting van het milieu;

d.
fundamenteel onderzoeksproject:

samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het vermeerderen van algemene wetenschappelijke of technische kennis ten aanzien van een product, apparaat, systeem of techniek zonder industriële of commerciële doelstellingen;

e.
industrieel haalbaarheidsproject:

samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit een analyse en een beoordeling van de mogelijkheden om een product, apparaat, systeem of techniek te ontwikkelen;

f.
industrieel onderzoeksproject:

samenhangend geheel van activiteiten, gericht op:

  • 1º.

    het opdoen van nieuwe kennis met als doel die kennis bij de ontwikkeling van een nieuw product, apparaat, systeem of techniek te gebruiken, of

  • 2º.

    het opdoen van nieuwe kennis met als doel een bestaand product, apparaat, systeem of techniek aanmerkelijk te verbeteren;

g.
preconcurrentieel haalbaarheidsproject:

samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit een analyse en een beoordeling van de mogelijkheden om een product, apparaat, systeem of techniek in de praktijk toe te passen;

h.
preconcurrentieel ontwikkelingsproject:

samenhangend geheel van activiteiten, gericht op de omzetting van de resultaten van industrieel onderzoek in plannen, schema's of ontwerpen voor een nieuw, gewijzigd of verbeterd product, apparaat, systeem of techniek;

i.
demonstratieproject:

samenhangend geheel van activiteiten die een technisch en economisch risico inhouden, bestaande uit het bij de subsidieaanvrager treffen van technische of beheersmatige voorzieningen met behulp van:

  • 1º.

    voor Nederland nieuwe producten, apparaten, systemen of technieken, of

  • 2º.

    een voor Nederland nieuwe toepassing van producten, apparaten, systemen of technieken, alsmede de daarmee samenhangende activiteiten, bestemd voor het demonstreren van voorzieningen en de daarmee behaalde resultaten met inbegrip van het verstrekken van gegevens aan de minister ten behoeve van de verspreiding van kennis omtrent de aard en resultaten van de voorzieningen;

j.
marktintroductieproject:

samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit het in Nederland bij de subsidieaanvrager treffen van technische of beheersmatige voorzieningen met behulp van producten, apparaten, systemen of technieken, die:

  • 1º.

    reeds eerder zijn gedemonstreerd maar die in Nederland nog niet gebruikelijk zijn, en

  • 2º.

    een verdergaande bescherming van het milieu bieden dan zou worden bereikt wanneer uitsluitend zou worden voldaan aan de terzake geldende wettelijke voorschriften;

k.
toepassingsproject:

samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het ten behoeve van het toepassen in de praktijk investeren in een reeds tot ontwikkeling gebracht product, apparaat, systeem of techniek, waarvan stimulering van de toepassing op grote schaal wegens de milieuverdienste gewenst is;

l.
kennisoverdrachtsproject:

samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het overdragen van kennis en informatie over de toepassing van milieutechnologie aan een bepaalde doelgroep;

m.
ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een onderneming in stand houdt.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten, onderscheidenlijk het maximale subsidiebedrag, is voor:

a.
een fundamenteel onderzoeksproject:

90% tot een maximaal subsidiebedrag van f 200.000,-;

b.
een industrieel haalbaarheidsproject:

75% tot een maximaal subsidiebedrag van f 200.000,-;

c.
een industrieel onderzoeksproject:

50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 1.000.000,-, met dien verstande dat het maximale subsidiepercentage 60% is en het maximale subsidiebedrag f 1.000.000,- is, indien:

  • 1º.

    de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine of middelgrote ondernemingen (PbEG 1996, C213), of

  • 2º.

    de subsidieaanvrager geen ondernemer is;

d.
een preconcurrentieel haalbaarheidsproject:

50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 200.000,-;

e.
een preconcurrentieel ontwikkelingsproject:

25% tot een maximaal subsidiebedrag van f 1.000.000,-, met dien verstande dat het maximale subsidiepercentage 35% is en het maximale subsidiebedrag f 1.000.000,- is, indien:

  • 1º.

    de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine of middelgrote ondernemingen (PbEG 1996, C213), of

  • 2º.

    de subsidieaanvrager geen ondernemer is;

f.
een demonstratieproject:

35% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan f 1.000.000,-, en voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan f 1.000.000,-, over het meerdere 25%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer is dan f 5.000.000,-;

g.
een marktintroductieproject:

25% tot een maximaal subsidiebedrag van f 5.000.000,-;

h.
een toepassingsproject:

15% tot een maximaal subsidiebedrag van f 500.000,-;

i.
een kennisoverdrachtsproject:

90% tot een maximaal subsidiebedrag van f 200.000,-.

Artikel

5

De subsidie voor een project, vermeerderd met subsidies voor het desbetreffende project die uit anderen hoofde vanwege het Rijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn verstrekt, bedraagt niet meer dan het in artikel 4 voor dat project genoemde percentage van de subsidiabele kosten en genoemde maximaal subsidiebedrag.

Artikel

6

De subsidieontvanger is verplicht:

  • a.

    bij de uitvoering van het project te beschikken over de daarvoor benodigde vergunningen en ontheffingen;

  • b.

    indien de voor de uitvoering van het project benodigde vergunningen en ontheffingen niet zullen worden verkregen, daar de minister onmiddellijk van in kennis te stellen;

  • c.

    indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, er voor zorg te dragen dat de binnen het project ontwikkelde eerste prototypen of proefprojecten niet worden aangewend voor industriële toepassingen of commerciële exploitatie;

  • d.

    medewerking te verlenen aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van het project, met uitzondering van vertrouwelijke bedrijfsgegevens, en

  • e.

    indien het een fundamenteel onderzoeksproject, een haalbaarheidsproject, een industrieel onderzoeksproject of een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, aan te geven wat het effect is van de subsidie op de gebruikelijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van de onderneming, tenzij het een kleine of middelgrote onderneming betreft overeenkomstig de geldende communautaire definitie of de subsidieontvanger geen ondernemer is in de zin van deze regeling.

Paragraaf

2

Subsidieprogramma Reductie Overige Broeikasgassen 2001

Artikel

7

Paragraaf

3

Subsidieprogramma Milieu & Technologie 2001

Artikel

8

Paragraaf

4

Subsidieprogramma Reductie Luchtemissies Bedrijven 2001

Artikel

9

Paragraaf

5

Subsidieprogramma Demonstratieprojecten Mobiele Bronnen 2001

Artikel

10

Paragraaf

6

Subsidieprogramma Hergebruik Afvalstoffen 2001 (PH'01)

Artikel

11

Paragraaf

7

Subsidieprogramma productgerichte milieuzorg

Artikel

12

Paragraaf

8

Subsidieprogramma klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers 2001

Artikel

13

Paragraaf

9

Slotbepalingen

Artikel

14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel

15

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling milieugerichte technologie 2001.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.P.Pronk