Regeling bijzondere ontslaguitkering politie

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

4a

Vervallen

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Minister kan bepalen, dat bepaalde inkomsten geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten in de zin van artikel 7.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Indien de betrokkene ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, en de ziekte is ontstaan voorafgaand aan zijn ontslag dan wel binnen een maand na zijn ontslag, kan hij door het bevoegd gezag worden verplicht zich geneeskundig te laten onderzoeken.

Artikel

12

Ten aanzien van de betrokkene, die na zijn ontslag uit hoofde van ziekte of arbeidsongeschiktheid nog aanspraken in verband met de betrekking waaruit hij is ontslagen, heeft of krijgt, wordt de uitkering dan wel de toelage, bedoeld in artikel 15, tot het einde van de periode, waarover die aanspraken bestaan, verminderd met het bedrag daarvan.

Artikel

13

Indien de betrokkene de gegevens, die noodzakelijk zijn voor de vaststelling of de vermindering van de uitkering niet, niet volledig of onjuist verstrekt, kan worden bepaald, dat de uitkering, zolang zulks het geval is, niet of slechts gedeeltelijk wordt uitbetaald.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

16a

Artikel

17

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2001.

Artikel

18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere ontslaguitkering politie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries