AFUP-garantieregeling

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
AFUP-garantieregeling:

de regeling, bedoeld in artikel 2;

b.
AFUP-garanties:

de AFUP-garanties, bedoeld in de artikelen 7, 8 en 10;

c.
AFUP-opbouwreglement:

het reglement waarin de opbouwdelen van de AFUP-regeling zijn vastgelegd en als zodanig deel uitmakend van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;

d.
AFUP-pensioen:

het ingevolge de AFUP-regeling op verplichte basis opgebouwde pensioen;

e.
AFUP-regeling:

de regeling, bedoeld in artikel A.3 van het AFUP-opbouwreglement;

f.
algemeen deel:

het algemeen deel, bedoeld in artikel A.3, tweede lid, van het AFUP-opbouwreglement;

g.
ambtenaar:

de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van het Barp;

i.
basis algemeen:

de basis algemeen, bedoeld in artikel E.3, tweede lid, onderdeel b, van het AFUP-opbouwreglement;

j.
basisgarantie algemeen:

de basisgarantie algemeen, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onderdeel b;

k.
basisgarantie specifiek:

de basisgarantie specifiek, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel b;

l.
basis specifiek:

de basis specifiek, bedoeld in artikel E.3, derde lid, onderdeel b, van het AFUP-opbouwreglement;

m.
bijzondere garantie:

de garantie, bedoeld in artikel 10;

n.
deelnemer:

de deelnemer, bedoeld in artikel 6;

o.
deeltijdfactor:

de deeltijdfactor, bedoeld in artikel 1.2 van het pensioenreglement, in de politiefunctie;

p.
FLO-regeling:

Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag, vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 24 juni 1966, Stb. 286, zoals de regeling luidde op 1 januari 1998;

q.
flo-gerechtigde functie:

een betrekking bij een werkgever als bedoeld in artikel 4, waarvoor tot 1 januari 2001 een leeftijdsgrens gold op grond van artikel 88, eerste lid, van het Barp;

r.
fpu-regeling:

de fpu-regeling, bedoeld in artikel 1.5 van het pensioenreglement;

s.
fpu-reglement:

reglement flexibel pensioen en uittreden ter zake van basis-uitkering en aanvullende uitkering;

t.
garantie algemeen:

de garantie algemeen, bedoeld in artikel 7, tweede lid;

u.
garantie specifiek:

de garantie specifiek, bedoeld in artikel 8, tweede lid;

v.
Inkomen:

het pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.1 van het pensioenreglement, tenzij uit een betreffende bepaling het tegendeel blijkt;

w.
LSOP:

het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2 van de LSOP-wet;

x.
opbouw algemeen:

de opbouw algemeen, bedoeld in artikel E.3, tweede lid, onderdeel a van het AFUP-opbouwreglement;

y.
opbouwgarantie algemeen:

de opbouwgarantie algemeen, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, onderdeel a;

z.
opbouwgarantie specifiek:

de opbouwgarantie specifiek, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel a;

aa.
opbouw specifiek:

de opbouw specifiek, bedoeld in artikel E.3, derde lid, onderdeel a, van het AFUP-opbouwreglement;

bb.
pensioenreglement:

het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;

cc.
politiefunctie:

een functie bij een werkgever als bedoeld in artikel 4;

dd.
specifiek deel:

het specifiek deel, bedoeld in artikel A.3, derde lid, van het AFUP-opbouwreglement;

ee.
sectorale commissie politie:

de sectorale commissie politie, bedoeld in artikel 3a van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994.

Artikel

2

De uitkeringen op grond van de AFUP-garantieregeling vormen een aanvulling op de uitkeringen krachtens de fpu-regeling en het AFUP-opbouwreglement.

Hoofdstuk

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Deze regeling is van toepassing op de werkgevers in de sector politie, hun werknemers en de nabestaanden van die werknemers.

Artikel

4

Werkgevers in de sector politie zijn:

Artikel

5

Werknemers zijn de werknemers, bedoeld in artikel 2.3 van het pensioenreglement, voor zover zij arbeid in een dienstverhouding verrichten bij een werkgever als bedoeld in artikel 4.

Artikel

6

Hoofdstuk

3

AFUP-garanties

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Tenzij de deelnemer het bevoegd gezag kan aantonen dat een afwijkende opleidingstijd geldt, is de duur van de eerste opleiding, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a:

Artikel

10

Hoofdstuk

4

Anti-cumulatie

Artikel

11

Artikel

12

Hoofdstuk

5

Overige bepalingen

Artikel

13

Artikel

14

De AFUP-garanties, berekend met toepassing van hoofdstuk 3, komen ten laste van de Minister van Veiligheid en Justitie.

Artikel

15

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel

17

Deze regeling wordt aangehaald als: AFUP-garantieregeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries