Geweldsinstructie inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden

Geweldsinstructie inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van de Centrale Raad voor de Strafrechtstoepassing van 15 maart 2000, nr. 5014147/00TvdW/yr;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze instructie wordt verstaan onder:

  • a.

    meerdere: het personeelslid dat of de medewerker die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel geeft over de taakuitvoering;

  • b.

    eenheid: een eenheid bij de Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening van de Dienst Justitiële Inrichtingen;

  • c.

    inrichtingspersoneel: personeelsleden of medewerkers die in dienst zijn van een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;

  • d.

    geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken;

  • e.

    aanwenden van geweld: het gebruiken van geweld of het dreigen met geweld, waaronder niet wordt begrepen het uit voorzorg ter hand nemen van een vuurwapen;

  • f.

    geweldsmiddel:

    • 1°.

      de semi-automatische uitvoering van de Heckler en Koch MP5, type A2 en type A3, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;

    • 2°.

      een semi-automatisch pistool van het merk Walther P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;

    • 3°.

      een korte of lange wapenstok van een door de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type;

    • 4°.

      CS-traangasgranaten of traangasverspreidende middelen van een door de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.

  • g.

    vrijheidsbeperkende middelen:

  • h.

    het gebruik van een vuurwapen: het trekken, het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.

§

2

Gebruik geweld en aanwenden van vrijheidsbenemende middelen

Artikel

2

Het hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden draagt er zorg voor dat de personeelsleden of medewerkers over voldoende vaardigheden beschikken met betrekking tot het gebruik van geweld en het aanwenden van vrijheidsbenemende middelen.

§

3

Gebruik geweldsmiddelen

Artikel

3

Artikel

4

Het gebruik van een vuurwapen is slechts geoorloofd:

  • a.

    om een verpleegde aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een (vuur)wapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken;

  • b.

    om een verpleegde aan te houden die zich aan zijn vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;

  • c.

    tot het beteugelen van woelingen, indien er sprake is van een optreden in gesloten verband onder leiding van een meerdere;

  • d.

    ter afwending van direct gevaar voor het leven van personen.

Artikel

5

Een personeelslid of medewerker mag in verband met zijn eigen veiligheid of die van anderen uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen slechts indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een situatie ontstaat waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het vuurwapen terstond opgeborgen.

Artikel

6

Artikel

7

§

4

De eenheid

Artikel

8

§

5

Het inrichtingspersoneel

Artikel

9

Het is inrichtingspersoneel niet toegestaan geweldsmiddelen aan te wenden.

§

6

Protocollering en meldplicht

Artikel

10

Artikel

11

§

7

Slotbepalingen

Artikel

12

Deze instructie treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

13

Deze instructie wordt aangehaald als: Geweldsinstructie inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden.

De Minister van Justitie, A.H.Korthals