Regeling stimuleringssubsidies voor beeldende kunstenaars, vormgevers en beoefenaars van de bouwkunst

Regeling stimuleringssubsidies

Het bestuur van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst besluit, na goedkeuring van de Minister van OC&W bij brief van 28 mei 2001, tot vaststelling van onderstaande regeling:

Hoofdstuk

I

- Definities

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    het fonds: de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst;

  • b.

    het bestuur: het bestuur van de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst;

  • c.

    commissie: de commissie stimuleringssubsidies als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 11 en verder;

  • d.

    subcommissie: een subcommissie als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 19 en verder;

  • e.

    werkgroep: een werkgroep als bedoeld in het huishoudelijk reglement, artikel 30 en verder;

  • f.

    bevoegd adviesorgaan: commissie, subcommissie of werkgroep;

  • g.

    beeldende kunstenaar: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de beeldende kunsten en wel op één of meer van de volgende terreinen:

    • -

      teken-, schilder- en grafische kunsten;

    • -

      beeldhouwkunst;

    • -

      niet-traditionele vormen van beeldende kunst;

    • -

      fotografie;

    • -

      audiovisuele media;

    • -

      beeldende kunst-toepassingen;

    • -

      ambachtelijke kunsten.

  • h.

    vormgever: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de vormgeving en wel op één of meer van de volgende terreinen:

    • -

      keramiek;

    • -

      textiel;

    • -

      glas;

    • -

      sieraden;

    • -

      mode;

    • -

      grafische vormgeving;

    • -

      meubels;

    • -

      industriële vormgeving;

    • -

      illustraties;

    • -

      theatervormgeving;

    • -

      accessoires;

    • -

      modefotografie;

  • i.

    beoefenaar van de bouwkunst: degene, die professioneel werkzaam is binnen het kader van de architectuur en wel op één of meer van de volgende terreinen:

    • -

      stedenbouw;

    • -

      architectuur;

    • -

      interieurarchitectuur;

    • -

      tuin- en landschapsarchitectuur;

    • -

      architectuurfotografie.

  • j.

    kunstenaar: beeldende kunstenaar, vormgever of beoefenaar van de bouwkunst;

  • k.

    startstipendium: een bijdrage aan het inkomen van een kunstenaar die aan het begin van zijn professionele loopbaan staat. Deze bijdrage wordt verleend voor twaalf maanden en heeft tot doel de aanvang van de professionele en artistieke ontwikkeling van de kunstenaar te bevorderen;

  • l.

    werkbeurs: een bijdrage aan het inkomen van een kunstenaar. Deze bijdrage wordt verleend voor maximaal twaalf maanden en heeft tot doel de kunstenaar financiële ruimte te verschaffen om, los van andere verplichtingen tot verdieping van zijn werk te komen;

  • m.

    projectsubsidie: een aan een kunstenaar verleende bijdrage in de kosten van de uitvoering van een artistiek werkplan, dat hetzij in de tijd begrensd is, hetzij leidt tot een concreet resultaat of beiden;

  • n.

    investeringssubsidie: een bijdrage aan een niet-projectgebonden investering in een (technisch) hulpmiddel met een duurzaam karakter, die een bijdrage levert aan de kwalitatieve ontwikkeling van zijn/haar beroepspraktijk;

  • o.

    praktijksubsidie: een bijdrage aan het inkomen van een vormgever of beoefenaar van de bouwkunst als tegemoetkoming in de reguliere kosten, die in verband met de beroepspraktijk moeten worden gemaakt;

  • p.

    publicatiesubsidie: een aan een kunstenaar verleende bijdrage in de kosten van een publicatie over zijn of haar werk, die door de inhoud en/of vorm bijdraagt aan de discussie over of het inzicht in de hedendaagse beeldende kunsten, vormgeving, of bouwkunst;

  • q.

    subsidies:startstipendium, werkbeurs, projectsubsidie, publicatiesubsidie, praktijksubsidie dan wel investeringssubsidie.

Hoofdstuk

II

- Doel

Artikel

2

Hoofdstuk

III

- Werkingssfeer

Artikel

3

Artikel

4

Hoofdstuk

IV

- De subsidies

Artikel

5

Artikel

6

Bij de toekenning van de subsidie wordt de periode waarover de subsidie zich uitstrekt bepaald.

Artikel

7

Aan de verstrekking van de subsidie kan het bestuur nadere voorwaarden verbinden terzake van de uitvoering van het plan, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging en de afrekening van de subsidie.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Geen subsidie kan worden verstrekt aan rechtspersonen, aan leden van het bestuur noch aan leden en plaatsvervangende leden van de commissies of werkgroepen.

Artikel

11

Subsidie kan slechts worden verstrekt voorzover de daartoe bestemde middelen van het Fonds toereikend zijn.

Artikel

12

- Werkbeurzen

De aanvraag voor een werkbeurs dient vergezeld te gaan van een motivering en een werkplan.

Artikel

13

- Projectsubsidies

Artikel

14

- Investeringssubsidies

Artikel

15

- Publicatiesubsidies

Hoofdstuk

V

- Aanvraagprocedure

Artikel

16

Het bestuur maakt ten minste eenmaal per jaar informatie openbaar over de mogelijkheden voor kunstenaars tot het verkrijgen van een subsidie. Het bestuur vermeldt daarbij de voorwaarden, waaraan een aanvraag voor zo'n subsidie dient te voldoen.

Artikel

17

Artikel

18

Hoofdstuk

VI

- Formele toetsing

Artikel

19

Hoofdstuk

VII

- Inhoudelijke toetsing

Artikel

20

Het bestuur legt een aanvraag zo spoedig mogelijk ter advisering voor aan het hiertoe ingestelde adviesorgaan.

Het bestuur stelt daarbij een termijn vast waarbinnen het adviesorgaan haar oordeel over de ingediende aanvraag schriftelijk ter kennis dient te brengen. Voor startstipendia, projectsubsidies, publicatiesubsidies en praktijksubsidies voor vormgevers en beoefenaren van de bouwkunst is deze termijn is niet langer dan twee maanden gerekend vanaf de ontvangstdatum van de aanvraag voor een subsidie.

Artikel

21

startstipendia

projectsubsidies

publicatiesubsidies

werkbeurzen

investeringssubsidies

praktijksubsidies

Hoofdstuk

VIII

- Beslissing

Artikel

22

Hoofdstuk

IX

- Beroep

Artikel

23

Tegen een beslissing op grond van artikel 19 of artikel 22 is bezwaar mogelijk op grond van artikel 74 van het huishoudelijk reglement.

Hoofdstuk

X

- Verslaglegging en financiële verantwoording

Artikel

24

Hoofdstuk

XI

- Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

25

In gevallen waarin de wet, de statuten of dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Artikel

26

Het bestuur kan, gehoord het bevoegd adviesorgaan, om zwaarwichtige redenen van dit reglement afwijken.

Artikel

27

Indien achteraf blijkt dat een aanvrager niet voldoet aan één van de voorschriften van deze regeling, kan het bestuur de toekenning intrekken en het eventueel bij voorschot uitbetaalde terugvorderen.

Artikel

28

Aan de toekenning van een stimuleringssubsidie kan het bestuur nadere voorschriften verbinden.

Artikel

29

Artikel

30

Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling Stimuleringssubsidies en treedt op 1 augustus 2001 in werking.

Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant.