Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op artikel 2.2.3, derde lid, artikel 12.3.8, tweede lid, en artikel 12.3.9, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b.

    wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • c.

    instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1, artikel 1.4.1, of artikel 1.4.1a van de wet, of een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet, of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;

  • d.

    landelijk orgaan: een landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet;

  • e.

    onderwijsondersteunende instelling: het Centrum voor Innovatie van Opleidingen, genoemd in artikel 12, vierde lid, van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten, dan wel een instelling als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;

  • f.

    ondernemer: een natuurlijke persoon voor wiens rekening of mede voor wiens rekening een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt gedreven, dan wel een rechtspersoon in de zin van artikel 3, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • g.

    een project: een samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

  • h.

    consortium: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van een instelling, een landelijk orgaan, een onderwijsondersteunende instelling of een ondernemer, waarvan tenminste een instelling én een landelijk orgaan deel uit maken als het gaat om een project ten behoeve van het beroepsonderwijs en waarvan tenminste een instelling deel uitmaakt als het gaat om een educatieproject;

  • i.

    aanvrager: het bevoegde orgaan van een instelling of landelijk orgaan dat namens het consortium de bijdrageaanvraag indient en na goedkeuring van het project als bijdrageontvanger optreedt;

  • j.

    samenwerkingsovereenkomst: een door de bevoegde organen van de organisaties en de natuurlijke personen van het consortium ondertekend document afkomstig van de daarin genoemde aanvrager, waaruit het voornemen van het consortium blijkt van gezamenlijke uitvoering voor gezamenlijke rekening, van een op de doelstelling van deze regeling gericht project;

  • k.

    Senter: het agentschap van het Ministerie van Economische Zaken waar de uitvoering van de regeling is ondergebracht;

  • l.

    cofinanciering: dat gedeelte van de kosten van het project dat gefinancierd wordt door het consortium of door derden die niet bij de uitvoering van het project betrokken zijn;

  • m.

    apparaatskosten: kosten ten behoeve van de uitvoering van de regeling;

  • n.

    bijdrage: het bedrag, bedoeld in artikel 2.2.3, derde lid, van de wet, dat als aanvullende vergoeding aan de rijksbijdrage wordt toegevoegd ingeval het een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1., in artikel 12.3.8 of in artikel 12.3.9 van de wet betreft, of, het bedrag, dat op grond van artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies als subsidie wordt toegekend ingeval het een instelling als bedoeld in artikel 1.4.1. of in artikel 1.4.1.a van de wet, of een landelijk orgaan betreft.

Artikel

2

Doelstelling van de regeling en de projecten

Het doel van de regeling is het verstrekken van een bijdrage ter stimulering van projecten die een opleiding of delen van een opleiding van het reguliere BVE-onderwijs innoveren door een aantrekkelijke en rijk gedifferentieerde leeromgeving te ontwikkelen, waarin bestaande of nieuwe informatie- en communicatietechnologietoepassingen geïntegreerd worden, en deze leeromgeving te implementeren. De informatie- en communicatietechnologietoepassingen dienen via Kennisnet gebruikt te kunnen worden.

Artikel

3

§

2

Aanvraag en beslissing op aanvraag

Artikel

4

Aanvraag van bijdrage

Artikel

4a

Aanvraag van bijdrage

Artikel

5

Voorwaarden gesteld aan het project

Een aanvraag voldoet in ieder geval aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    het project is gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

  • b.

    het project wordt uitgevoerd door een consortium dat over de vereiste deskundigheid beschikt om het project succesvol te kunnen uitvoeren, waarbij in voldoende mate de betrokkenheid van docenten, het management en de dagelijkse leiding van de instellingen verzekerd is;

  • c.

    het projectvoorstel bevat de afspraken die de organisaties of natuurlijke personen van het consortium hebben vastgelegd omtrent coproductie, exploitatie en distributie;

  • d.

    door de aanvrager is cofinanciering gegarandeerd tot een bedrag dat tenminste gelijk is aan het bedrag van de aangevraagde bijdrages;

  • e.

    de voorgestelde opbrengst van het project is duidelijk en concreet beschreven en controleerbaar;

  • f.

    het projectvoorstel bevat een beschrijving van de wijze waarop de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project tot stand komt;

  • g.

    de aanvrager draagt zorg voor de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project, waaronder in ieder geval de verspreiding van de projectopbrengsten via BVE-net en Kennisnet;

  • h.

    de projectuitvoering is duidelijk en concreet beschreven en voldoet aan eisen van kwaliteit en soliditeit;

  • i.

    de hierboven genoemde voorwaarden zijn evenwichtig en op een duidelijke en heldere wijze in het projectplan uitgewerkt en onderling afgestemd;

  • j.

    de projectuitvoering start binnen zes maanden na verlening van de bijdrage;

  • k.

    de projectuitvoering is uiterlijk per 31 december 2005 voltooid;

  • l.

    de aanvrager stemt in met de voorwaarden die de minister stelt met betrekking tot informatieverschaffing, verantwoording, verslaglegging en intrekking of wijziging van de bijdrage.

Artikel

6

Jury

Artikel

7

Advisering

Artikel

8

Besluit minister

§

3

De bijdrage verleend als subsidie

Artikel

9

Voorschotten

Artikel

10

Verantwoording subsidie

Artikel

11

Vaststelling subsidie

De minister geeft een beschikking tot vaststelling van de subsidie binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. Indien de beschikking niet binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling kan worden gegeven, stelt de minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

§

4

De bijdrage toegekend als aanvullende vergoeding

Artikel

12

Verantwoording aanvullende vergoeding

Artikel

13

Terugvordering aanvullende vergoeding

De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, kan worden geweigerd of geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:

  • a.

    de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;

  • b.

    het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd;

  • c.

    de ontvanger van de aanvullende vergoeding of subsidie heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding of subsidies verbonden verplichtingen;

  • d.

    de ontvanger van de aanvullende vergoeding of subsidie kennelijk in strijd met het doel van de aanvullende vergoeding of subsidie heeft gehandeld, of

  • e.

    de verlening van de aanvullende vergoeding of subsidie onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

14

Bewaarplicht

De aanvrager bewaart de boeken en bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling, gedurende tenminste zeven jaar na datum waarop de toewijzing heeft plaatsgevonden.

Artikel

15

Publicatie

Deze regeling wordt met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen geplaatst. Van deze plaatsing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel

16

Inwerkingtreding

Artikel

17

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Stimulans innovatieve leeromgevingen BVE 2001-2004.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendrs. L.M.L.H.A.Hermans