Regeling diversiteitsimpuls werving en behoud

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b.
politiekorps:

een regionaal politiekorps of het Korps landelijke politiediensten.

Artikel

2

De minister stelt jaarlijks ten behoeve van politiekorpsen een subsidie beschikbaar voor het intensiveren dan wel innoveren van het diversiteitsbeleid, in het bijzonder voor de werving en het behoud van vrouwen, homoseksuelen en de doelgroep, bedoeld in artikel 3 van de Wet Stimulering arbeidsdeelname minderheden.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De subsidie wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    de minister, de andere politiekorpsen en het LSOP krijgen de beschikking over de kennis en ervaring die in het desbetreffende project zijn opgedaan, alsmede van de mogelijke concrete resultaten uit het project;

  • b.

    zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister zal geen commercieel gebruik gemaakt worden van de met behulp van een bijdrage ontwikkelde resultaten;

  • c.

    op mogelijke producten wordt vermeld dat realisatie mogelijk of gedeeltelijk mogelijk gemaakt is door middel van een bijdrage van de directie Politie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • d.

    de kennis, de ervaringen en de resultaten van het desbetreffende project zijn openbaar en worden zo mogelijk gepubliceerd in het Algemeen Politieblad, de wervingsite Politie dan wel andere media.

Artikel

6

De subsidie wordt per jaar als voorschot verstrekt tot een maximum van 80% van de toegekende subsidie.

Artikel

7

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 december 2003.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries

Bijlage

Toelichting bij de beoordelingsprocedure:

  • 1.

    Bij de beoordeling van de voorstellen vindt een eerste controle plaats op: Volledigheid projectaanvraag

  • 2.

    Vervolgens worden twee onderdelen nader beoordeeld, te weten:

    • Kwaliteit van de inhoud van de aanvraag;

    • Financiën en overige criteria.

  • 3.

    Deze onderdelen bestaan uit clusters van aandachtspunten, waarbij per cluster een wegingsfactor is vermeld. Het aantal punten wordt per cluster bij elkaar opgeteld en vervolgens gedeeld door het aantal aandachtspunten.

    Om de punten te bepalen wordt gekeken naar de mate waarin een aandachtspunt al dan niet, of gedeeltelijk voldoet. Hierbij geldt:

    • 0 =

      het projectvoorstel voldoet op dit punt niet;

    • 1/2=

      het projectvoorstel voldoet deels, maar is niet overtuigend op dit punt;

    • 1 =

      het projectvoorstel voldoet, is overtuigend op dit punt.

  • 4.

    Het uiteindelijk resultaat wordt dan vermenigvuldigd met de wegingsfactor, die per cluster is bepaald.

  • 5.

    Alle scores worden vervolgens opgeteld tot een totaalscore. De maximaal te behalen score is: 20.

  • 6.

    Alle voorstellen worden daarna naar scores gerangschikt.