Wet van 12 februari 2001 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling in verband met de opheffing van de kantongerechten Zevenbergen en Zuidbroek

Wijzigingswet Wet op de rechterlijke indeling (opheffing kantongerechten Zevenbergen en Zuidbroek)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de kantongerechten te Zevenbergen en Zuidbroek op te heffen en de daarbij behorende rechtsgebieden onder te brengen bij andere kantongerechten in hetzelfde arrondissement, en dat het in verband daarmee nodig is de Wet op de rechterlijke indeling te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.

Artikel

II

Artikel

III

De administratie, het archief en de registers van een kantongerecht dat door de inwerkingtreding van deze wet wordt opgeheven, worden van rechtswege overgedragen aan het kantongerecht dat de taken overneemt van het opgeheven kantongerecht.

Artikel

IV

De zaken die bij het op te heffen kantongerecht aanhangig zijn, worden van rechtswege in de stand waarin zij zich bevinden overgedragen aan het kantongerecht dat de taken van het opgeheven kantongerecht overneemt.

Artikel

V

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lech
Beatrix
De Minister van Justitie, A. H. Korthals
De Staatssecretaris van Justitie, N. A. Kalsbeek
De Minister van Justitie, A. H. Korthals