het kalenderjaar dan wel, indien artikel 3.66 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing is, het boekjaar waarin de werknemer de werkzaamheden, bedoeld in onderdeel b, is gaan verrichten;
Indien de berekening van de in het eerste lid bedoelde inkomsten leidt tot een negatief bedrag, worden die inkomsten op nihil gesteld.
Artikel
3
Berekening van de inkomsten
De inkomsten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden berekend op basis van de volgende formule:
I = I1 +
(I2*W)
52
waarbij:
I = de inkomsten;
I1 = de inkomsten over het aanvangsjaar;
I2 = de inkomsten over het jaar gelegen na het aanvangsjaar;
W = het aantal weken gelegen tussen de eerste dag van het aanvangsjaar en de dag waarop de werknemer de werkzaamheden, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, is gaan verrichten.
Artikel
4
Toerekening van de inkomsten
1
Indien de uitkering per maand wordt betaald worden de inkomsten per maand vastgesteld op 8,33% van de inkomsten, bedoeld in artikel 2.
2
Indien de uitkering per week of veelvoud daarvan wordt betaald worden de inkomsten per week vastgesteld op 1,91% van de inkomsten, bedoeld in artikel 2.