Regeling bijstand krijgsmacht mond- en klauwzeer II

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Besluit:

Artikel

2

Artikel

3

De militair van de krijgsmacht oefent de bijstand uit ter assistentie, volgens instructie en onder begeleiding van een ambtenaar van politie.

Artikel

4

De militair van de krijgsmacht verleent de bijstand zonder bewapening.

Artikel

5

Deze regeling treedt in werking met ingang van 13 april 2001.

Artikel

6

De Regeling bijstand krijgsmacht mond- en klauwzeer wordt ingetrokken.

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijstand krijgsmacht mond- en klauwzeer II.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.G. deVries
Overeenkomstig het door de minister genomen besluit,
De directeur-generaal voor Openbare orde en Veiligheid, A.H.C.Annink