Artikel
1
1
De korpschef van een regionaal politiekorps dan wel de korpschef van het Korps landelijke politiediensten kan met de Commandant van de Koninklijke marechaussee afspraken maken over samenwerking als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van de Politiewet 1993. De samenwerking heeft slechts betrekking op de uitvoering van de politietaken die de Koninklijke marechaussee zijn opgedragen in artikel 6 van de Politiewet 1993.
2
De in het eerste lid bedoelde afspraken worden op schrift gesteld en bevatten in ieder geval de volgende onderwerpen:
-
het doel van de samenwerking;
-
de duur van de samenwerking;
-
de met de samenwerking gemoeide inzet van personeel;
-
de met de samenwerking gemoeide additionele kosten, alsmede de toedeling van die kosten,
-
de wijze waarop de samenwerking kan of zal worden beëindigd.
3
De afspraken worden schriftelijk ter kennis gebracht van het bevoegd gezag, de betrokken korpsbeheerders en de Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie. De afspraken worden niet geëffectueerd dan nadat het bevoegd gezag, de betrokken korpsbeheerders, de betrokken hoofdofficieren van Justitie en de Minister van Defensie daarmee hebben ingestemd.