Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer houdende aanpassing van de bedragen, genoemd in de artikelen 8, eerste lid, 29, eerste lid, formule, en 31, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, van de bedragen waaraan het rekeninkomen ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van die wet, ten minste gelijk moet zijn, en van de minimum-inkomensijkpunten, bedoeld in artikel 28 van die wet

Regeling bevordering eigenwoningbezit 2001

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

§

1

Wijziging van de Wet bevordering eigenwoningbezit

Artikel

2

Het bedrag waaraan het rekeninkomen ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, ten minste gelijk moet zijn, is per 1 juli 2001:

  • a.

    voor een eenpersoonshuishouden: € 11 072,24;

  • b.

    voor een tweepersoonshuishouden: € 14 044,50;

  • c.

    voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 11 117,62 en

  • d.

    voor een tweepersoonsouderenhuishouden: € 13 931,05.

Artikel

3

Het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28 van de Wet bevordering eigenwoningbezit, per 1 juli 2001 is:

  • a.

    voor een eenpersoonshuishouden: € 11 072,24;

  • b.

    voor een tweepersoonshuishouden: € 14 044,50;

  • c.

    voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 11 117,62 en

  • d.

    voor een tweepersoonsouderenhuishouden:€ 13 931,05.

§

2

Slotbepalingen

Artikel

6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2001.

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevordering eigenwoningbezit 2001.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.W. Remkes