Subsidieverordening aanhouden zeugen buiten de beschermings- en toezichtsgebieden 2001

Het Bestuur van het Productschap Vee en Vlees heeft,

op 9 mei 2001 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Artikel

1

Voor de toepassing van deze Verordening wordt verstaan onder:

a. Productschap:

Productschap Vee en Vlees;

b. voorzitter:

voorzitter van het Productschap

c. landbouwbedrijf:

geheel van productie-eenheden in Nederland, bestaande uit één of meer gebouwen of gedeelten daarvan en de daarbij behorende cultuurgrond, uitsluitend of deels dienende tot uitoefening van de landbouw;

d. rechtspersoon:

rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon.

e. beschrijvingsbiljet:

beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet zoals dit door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, ten behoeve van de in 2001 te houden landbouwtelling is vastgesteld;

f. beschermings- en toezichtsgebieden:

de gebieden I, II en III, zoals deze zijn omschreven in de bijlage bij de Regeling verbodsbepalingen aangewezen toezichtsgebieden mond- en klauwzeer 2001, zoals deze luidt op 27 april 2001.

g. annex I:

in bijlage I van beschikking 2001/223/EG vermelde delen van het grondgebied van Nederland;

h. annex II:

in bijlage II van beschikking 2001/223/EG vermelde delen van het grondgebied van Nederland;

i. LASER:

Agentschap LASER van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij:

j. biggen:

biggen als bedoeld in de rubrieken 235 en 237, vleesvarkens als bedoeld in de rubrieken 239 en 241 en fokvarkens als bedoeld in rubrieken 243 en 245 van het beschrijvingsbiljet;

k. zeugen:

opfokzeugen en zeugen als bedoeld in de rubrieken 245, 247, 249 en 251 van het beschrijvingsbiljet;

l. varkens:

vleesvarkens als bedoeld in rubriek 241 en fokvarkens als bedoeld in rubriek 245 van het beschrijvingsbiljet;

Artikel

2

Artikel

3

Voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, is een subsidieplafond vastgesteld op fl. 30.00.000,-

Artikel

4

Artikel

5

De subsidie voor het aanhouden van zeugen bedraagt f 77,13 per zeug.

Artikel

6

Artikel

7

De subsidie voor het aanhouden van zeugen wordt niet eerder uitbetaald dan nadat de periode, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II', is verstreken.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 9, eerste lid, dient uiterlijk op de tiende werkdag na dagtekening van de verklaring van de dierenarts, bedoeld in artikel 16, vijfde lid, van de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II', te zijn ontvangen door de voorzitter.

Het eerste lid is niet van toepassing op de aanvrager van subsidie, die zich vóór de inwerkingtreding van deze Verordening heeft aangemeld voor deelname aan de 'Regeling MKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II' en van wie de verklaring van de dierenarts, bedoeld in artikel 16, vijfde lid, van de ' Regeling MIKZ-welzijnsmaatregelen in annex I en II’, is gedateerd voór de inwerkingtreding van deze Verordening.

Het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de aanvrager, bedoeld in het tweede lid, dient uiterlijk op de vijfde werkdag na inwerkingtreding van deze Verordening, door de voorzitter te zijn ontvangen.

Slotbepalingen

Artikel

14

Voor het bestuur,
R.J. Tazelaar voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 6 juni 2002 en door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 10 oktober 2002, nr. TRCJZ/2002/3103.