Verordening van het Productschap Tuinbouw van 3 juli 2001, houdende de vaststelling van aan telers van en handelaren in bloembollen op te leggen heffing voor het jaar 2002 (Verordening PT Vakheffing Bloembollen Plantgoed 2002)

Verordening PT Vakheffing Bloembollen Plantgoed 2002

Het bestuur van het Productschap Tuinbouw;
op voorstel van de Sectorcommissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen;

besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

§

2

Heffingsplicht

Artikel

2

Artikel

3

§

3

Grondslag en hoogte

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De handelskaarthouder is aan het productschap een heffing verschuldigd van 4,2% over het factuurbedrag van de door hem verkochte uit eigen teelt verkregen bloembollen-plantgoed.

Artikel

11

Degene die, anders dan in de hoedanigheid van detaillist, zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-plantgoed verkoopt aan niet-handelskaarthouders, is verplicht 2,1% van het factuurbedrag van de door hem aldus verkochte bollen aan de desbetreffende kopers door te berekenen.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De handelskaarthouder, die bloembollen-plantgoed leverbaar verkoopt door tussenkomst van een veiling dan wel rechtstreeks aan andere handelskaarthouders, ontvangt een restitutie van 4,2% over het factuurbedrag van de betreffende bloembollen.

§

4

Oplegging en inning

Artikel

16

Indien een heffingsplichtige gegevens die hem krachtens de Verordening PT Algemene bepalingen ten behoeve van de onderhavige verordening of krachtens deze verordening zijn gevraagd niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, in welk geval de heffing wordt verhoogd met € 40 in verband met administratiekosten.

Artikel

17

Artikel

18

Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming, niet in overeenstemming met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.

Artikel

19

Artikel

20

Aan de heffingsplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 19 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen de daaruit voortvloeiende extra kosten van maximaal € 22,50 in rekening worden gebracht, alsmede de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Artikel

21

Een koper en verkoper van bloembollen wordt geacht, indien hij bloembollen door tussenkomst van een veiling verhandelt, aan zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 ten aanzien van de op vorenbedoelde wijze verhandelde producten te hebben voldaan, indien hij de desbetreffende veiling heeft gemachtigd namens hem aan het productschap de door hem verschuldigde heffing te voldoen en deze heffing door het productschap is ontvangen.

Artikel

22

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 20.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

23

Artikel

24

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening PT Vakheffing Bloembollen Plantgoed 2002.

Zoetermeer
J. van der Veen voorzitter
C. Kuijvenhoven secretaris