Besluit van 4 juli 2001, houdende nadere regels inzake het ondernemingsplan in verband met de vestiging van een gerechtsdeurwaarder en de advisering daarover door de Commissie van deskundigen (Besluit ondernemingsplan gerechtsdeurwaarder)

Besluit ondernemingsplan gerechtsdeurwaarder

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Staatssecretaris van Justitie van 23 mei 2001, Directie Wetgeving nr. 5099672/01/6;
De Raad van State gehoord (advies van 8 juni 2001, nr. W03.01.0246/I);
Gezien het nader rapport van Onze Staatssecretaris van Justitie van 2 juli 2001, Directie Wetgeving nr. 5105377/01/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Paragraaf

2

Het ondernemingsplan

Artikel

2

Het ondernemingsplan brengt tot uitdrukking of het voornemen tot vestiging betreft:

  • a.

    opvolging in een reeds gevestigd solitair kantoor;

  • b.

    vestiging van een solitair kantoor;

  • c.

    opvolging in een reeds gevestigd kantoor in associatief verband;

  • d.

    vestiging in associatief verband met een reeds gevestigd kantoor;

  • e.

    vestiging van een kantoor in associatief verband;

  • f.

    wijziging van de plaats van vestiging.

Artikel

3

Het ondernemingsplan bevat in ieder geval een uitwerking van de volgende onderdelen:

  • a.

    marktverkenning;

  • b.

    opzet van de kantoororganisatie;

  • c.

    resultatenprognose, en

  • d.

    financieringsplan.

Artikel

4

Paragraaf

3

De Commissie

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De Commissie adviseert over ondernemingsplannen in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat wanneer de indiener krachtens artikel 6 de gelegenheid heeft gehad het ondernemingsplan aan te vullen, de dag waarop het ondernemingsplan is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, voor de toepassing van deze bepaling en van artikel 8, eerste lid, als datum van ontvangst geldt.

Artikel

8

Artikel

9

De Commissie geeft een negatief advies indien:

  • a.

    het ondernemingsplan niet voldoet aan artikel 6, eerste lid, van de wet;

  • b.

    de indiener van het plan niet voldoet aan artikel 4;

  • c.

    de indiener van het plan onjuiste gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuist advies over het plan zou hebben geleid.

Artikel

10

Artikel

11

De Commissie brengt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister van Justitie een verslag van werkzaamheden uit over het afgelopen kalenderjaar.

Paragraaf

4

De kosten van de advisering

Artikel

12

Paragraaf

5

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

13

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van de wet in werking treedt.

Artikel

14

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondernemingsplan gerechtsdeurwaarder.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Justitie, N. A. Kalsbeek
De Minister van Justitie, A. H. Korthals