Besluit van 5 juli 2001, houdende nadere regels ter uitvoering van de in de Wegenverkeerswet 1994 vervatte wegsleepregeling (Besluit wegslepen van voertuigen)

Besluit wegslepen van voertuigen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 9 mei 2001, nr. CDJZ/WBI/2001-612, Centrale Directie Juridische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 14 juni 2001, nr. W09.01.0222/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 juni 2001, nr. CDJZ/WBI/2001-855, Centrale Directie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Algemeen

Artikel

2

De soorten van weggedeelten en wegen, bedoeld in artikel 173, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zijn:

  • a.

    wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 1 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is te parkeren;

  • b.

    wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 2 van bijlage 1 bij het RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is stil te staan;

  • c.

    parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage 1 bij het RVV 1990, waarbij

    ofwel op een onderbord wordt aangegeven:

    • 1°.

      de voertuigcategorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd;

    • 2°.

      de wijze waarop het parkeren dient te geschieden;

    • 3°.

      de dagen of uren waarop het parkeren is verboden, of

    • 4°.

      de dagen of uren waarop een beperking als bedoeld in 1° en 2°, geldt,

    ofwel op het verkeersbord de aanduiding is aangebracht waarmee wordt aangegeven:

    • 1°.

      de voertuigcategorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd, of

    • 2°.

      de wijze waarop het parkeren dient te geschieden.

  • d.

    taxistandplaatsen, aangeduid door bord E5 van bijlage 1 bij het RVV 1990;

  • e.

    parkeerplaatsen voor invaliden, aangeduid door bord E6 van bijlage 1 bij het RVV 1990;

  • f.

    gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990;

  • g.

    parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid door bord E8 van bijlage 1 bij het RVV 1990;

  • h.

    parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van bijlage 1 bij het RVV 1990;

  • i.

    voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord C1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.

Artikel

3

Voor de vaststelling van de verordening, bedoeld in artikel 173, tweede lid, van de wet pleegt het college van burgemeester en wethouders over de toepassing van artikel 170, eerste lid, van de wet op de in de gemeente gelegen wegen en weggedeelten die bij een ander dan de gemeente in beheer zijn, overleg met de desbetreffende beheerders.

§

2

Registratie

Artikel

5

Het proces-verbaal krachtens artikel 5:29, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevat:

  • a.

    een summiere omschrijving van het in bewaring te stellen voertuig, waarbij in elk geval wordt vermeld:

    • 1°.

      de kleur van het voertuig;

    • 2°.

      indien op of aan het voertuig een kenteken is bevestigd, het kenteken, en

    • 3°.

      indien het voertuig tot een bepaald merk behoort, het merk;

  • b.

    de plaats van waar, alsmede de datum en het tijdstip waarop het voertuig is verwijderd;

  • c.

    de omstandigheden die de verwijdering van het voertuig noodzakelijk maakten;

  • d.

    de staat van het voertuig voor de verwijdering, en

  • e.

    een summiere opsomming van de losse voorwerpen in het voertuig voor de verwijdering.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Indien de gemeente kosten geheel of gedeeltelijk terugbetaalt binnen de termijn, bedoeld in artikel 10, worden in het bewaringsregister opgenomen:

  • a.

    de datum waarop is terugbetaald;

  • b.

    het bedrag van de terugbetaling;

  • c.

    de grond voor terugbetaling, en

  • d.

    de naam en het adres van degene aan wie is terugbetaald.

Artikel

10

De gegevens blijven in het bewaringsregister opgenomen gedurende vijf jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de gemeente het voertuig heeft teruggegeven, verkocht, om niet aan een derde in eigendom overgedragen dan wel vernietigd.

Artikel

11

Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan belanghebbenden desgevraagd gegevens uit het bewaringsregister.

§

3

Financiën

Artikel

12

Artikel

13

Bij de vaststelling van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, kunnen indirecte kosten tot ten hoogste 15% van de directe in aanmerking genomen kosten in aanmerking worden genomen.

Artikel

14

§

4

Overige bepalingen en slotbepaling

Artikel

15

Een in bewaring gesteld voertuig wordt niet verkocht, om niet in eigendom overgedragen of vernietigd dan nadat een beëdigd taxateur een rapport betreffende de waarde heeft opgemaakt.

Artikel

17

Het Besluit wegslepen van voertuigen (Stb. 1978, 458) wordt ingetrokken.

Artikel

18

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

19

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit wegslepen van voertuigen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, T. Netelenbos
De Minister van Justitie, A. H. Korthals