Aanvragen tot subsidieverlening voor projecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw kunnen worden ingediend met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, tot en met 2 augustus 2001.
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen slechts worden ingediend voor projecten die zijn gericht op de volgende subthema's:
-
a.
de bloembollenteelt;
-
b.
de paddestoelenteelt;
-
c.
de glastuinbouw.
Met betrekking tot deze aanvraagperiode wordt het subsidieplafond vastgesteld voor:
-
a.
de bloembollenteelt op f 60.000,-;
-
b.
de paddestoelenteelt op f 90.000,- en
-
c.
de glastuinbouw f 850.000,-.
2
In aanvulling op het bepaalde in artikel 11 van de Subsidieregeling demonstratie- en kennisoverdrachtprojecten duurzame landbouw worden subsidie-aanvragen zodanig gerangschikt dat een project hoger wordt gerangschikt naarmate:
-
a.
het project een grotere energiebesparingspotentie heeft;
-
b.
de energiebesparing toepasbaar is op een groter aantal bedrijven of een groter aantal hectares;
-
c.
het project relevant is voor meerdere gewassen of gewasgroepen in het geval van projecten betreffende de glastuinbouw.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.