ARTIKEL
I
Wijzigt de Telecommunicatiewet.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Telecommunicatiewet.
In afwijking van het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van het Frequentiebesluit kan gedurende een jaar na de inwerkingtreding van deze wet een houder van een vergunning voor commerciële radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e en x, van de Mediawet, een aanvraag tot verlenging van zijn vergunning ook indienen op een tijdstip dat ligt binnen een jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de periode waarvoor de vergunning is verleend verstrijkt.
Het bepaalde in artikel 3.3, zevende lid, van de Telecommunicatiewet, alsmede het bepaalde in artikel 3.3a, achtste lid, van de Telecommunicatiewet, is slechts van toepassing op de uitgifte van vergunningen volgende op de verlening van vergunningen die heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.