Besluit van 16 juli 2001 tot wijziging van rechtspositiebesluiten ten aanzien van de gemeente- en provinciebestuurders

Wijzigingsbesluit rechtspositiebesluiten gemeente- en provinciebestuurders

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 mei 2001, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, nr. BW2001/U1008;
De Raad van State gehoord (advies van 21 juni 2001, No W04.01.0255/I);
Gezien het nader rapport van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 5 juli 2001, nr. BW2001/U75794, directoraat-generaal Openbaar Bestuur;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Wijzigt het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning.

Artikel

II

Wijzigt het Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994.

Artikel

III

Wijzigt het Rechtspositiebesluit gedeputeerden.

Artikel

IV

Wijzigt het Rechtspositiebesluit wethouders.

Artikel

V

Wijzigt het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden.

Artikel

VI

Wijzigt het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.

Artikel

VII

Artikel

VIII

Indien na 1 januari 2002 uitvoering wordt gegeven aan artikel VII, wordt het bedrag van de tegemoetkoming berekend overeenkomstig de tekst van dat artikel en vervolgens omgezet in Euro.

Artikel

IX

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Tavarnelle
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties a.i., W. Kok
De Minister van Justitie, A. H. Korthals