Regeling urine onderzoek jeugdigen

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van datum 30 mei 2000, nr.5032390/00/TH/JMO;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

b.
uitvoeringsverantwoordelijke instantie:

de door de selectiefunctionaris als zodanig aangewezen justitiële jeugdinrichting of de instantie welke is belast met het toezicht op de deelnemer aan een scholings- en trainingsprogramma;

c.
indicatieonderzoek:

een onderzoek van urine op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen waarvan de uitslag slechts een voorlopig en indicatief karakter heeft;

d.
urineonderzoek:

een onderzoek van urine op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

e.
herhalingsonderzoek:

een urineonderzoek dat volgens eenzelfde dan wel een vergelijkbare methode als gebruikt bij het aanvankelijke urineonderzoek op een identiek tweede monster wordt uitgevoerd met behulp van apparatuur welke vergelijkbaar is met dan wel gelijkwaardig is aan de apparatuur welke bij het aanvankelijke onderzoek is gebruikt;

f.
bevestigingsonderzoek:

een urineonderzoek dat volgens een andere gevalideerde methode als gebruikt bij het aanvankelijke onderzoek en het herhalingsonderzoek wordt uitgevoerd op het monster dat het uitgangsmateriaal vormde voor het aanvankelijke onderzoek dan wel het herhalingsonderzoek.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Indien de directeur besluit tot het doen plaatsvinden van een urineonderzoek wordt één buis met het aanvraagformulier zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk de eerstvolgende werkdag, naar een laboratorium verstuurd. Een andere buis wordt, gedurende ten hoogste twee weken na afname, ten behoeve van een eventueel herhalingsonderzoek in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast bewaard dan wel naar een laboratorium verstuurd waar de buis, ten behoeve van een eventueel herhalingsonderzoek, gedurende ten hoogste twee weken na afname in een voor onbevoegden niet toegankelijke diepvries of koelkast wordt bewaard.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Deze regeling is van overeenkomstige toepassing op urineonderzoeken die gedurende de deelname aan een scholings- en trainingsprogramma worden uitgevoerd. De taken van het personeelslid of de medewerker worden dan verricht door een personeelslid van de uitvoeringsverantwoordelijke instantie.

Artikel

12

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001

Artikel

13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling urine onderzoek jeugdigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, A.H. Korthals