Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Aan jeugdigen die in een inrichting verblijven wordt zakgeld verstrekt, met inachtneming van het navolgende.
Het zakgeld wordt jaarlijks per 1 januari aangepast aan het bedrag aan zakgeld dat is opgenomen in de normprijzen, die de Dienst Justitiële Inrichtingen jaarlijks vaststelt voor de justitiële jeugdinrichtingen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4, wordt het zakgeld door de directeur tenminste eenmaal per maand aan de jeugdige verstrekt door overmaking op zijn rekening-courant bij de inrichting.
De directeur kan bepalen dat een deel van het aan de jeugdige toegekende zakgeld onder zijn bewaring blijft ter aanwending van de jeugdige tijdens zijn verblijf in de inrichting, of ter uitkering bij het einde van het verblijf van de jeugdige in de inrichting. De uitkering bij het einde van het verblijf geschiedt aan de jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordiger.
Het zakgeld kan - tot ten hoogste het zakgeld van zeven dagen - worden aangewend tot vergoeding van schade die het gevolg is van een onrechtmatige daad van de jeugdige.
Voor zover niet anders is bepaald in deze regeling en behoudens het bepaalde in artikel 55, eerste lid, onder e, van de wet zijn aanspraken op zakgeld onvervreemdbaar.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling zakgeld jeugdigen.
Wijzigt deze regeling.
Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.