Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen

Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van 12 oktober 2000, kenmerk 5056746/00/TH/rb;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • gecapitonneerde handschoenen;

  • mondafscherming;

  • polsbanden aan riem om middel;

  • enkelbanden met tussenstuk;

  • handboeien van een door de Minister van Veiligheid en Justitie goedgekeurd merk en type;

  • valhelm of schuimhelm;

  • dwangjack.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Een mechanisch middel voldoet aan de volgende eisen:

  • a.

    het middel voldoet aan de algemene eis van deugdelijkheid. Een correcte toepassing van het middel leidt niet tot lichamelijke beschadiging of tot ongemak dat langer duurt dan

  • b.

    noodzakelijkerwijs samenhangt met de toepassing van het middel;

  • c.

    het middel heeft geen scherpe, ruwe of puntige onderdelen;

  • d.

    het middel kan snel en gemakkelijk worden bevestigd.

Artikel

5

Bij de toepassing van mechanische middelen bij een jeugdige stelt de directeur de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders en de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2001.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, A.H. Korthals