Regeling strafonderbreking jeugdigen

De Minister van Justitie,
Gelet op het advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming van 3 mei 2001, kenmerk 5095686/01/TH/rb;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
relatie:

persoon met wie de jeugdige aantoonbaar een pedagogisch betekenisvolle relatie heeft;

b.
strafonderbreking:

onderbreking van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf als bedoeld in artikel 77j, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Bij het bepalen van de duur van de strafonderbreking wordt rekening gehouden met de omstandigheden van het geval. De strafonderbreking wordt toegekend voor een duur langer dan drie etmalen tot maximaal drie maanden.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.

Artikel

11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling strafonderbreking jeugdigen.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie, A.H. Korthals