Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
wet:
-
b.
eenheid:
een eenheid bij de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid van het onderdeel Landelijke Dienst Specialistische Taken van de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de Dienst Justitiële Inrichtingen;
-
c.
meerdere:
de medewerker van de eenheid die uit hoofde van zijn functie of krachtens beschikking of aanwijzing met de leiding is belast of het bevel geeft over de taakuitvoering;
-
d.
geweld:
elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken;
-
e.
aanwenden van geweld:
het gebruiken van geweld of het dreigen met geweld, waaronder niet wordt begrepen het uit voorzorg ter hand nemen van een vuurwapen;
-
f.
vrijheidsbeperkende middelen:
-
1°.
een broekstok;
-
2°.
middelen als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling toepassing mechanische middelen jeugdigen.
-
1°.
-
g.
geweldsmiddel:
-
1°.
het semi-automatische schoudervuurwapen SIG SAUER MCX RATTLER, kaliber 7.62 x 35 millimeter;
-
2°.
de semi-automatische uitvoering van de FN SCAR, kaliber 7.62 x 35 millimeter;
-
3°.
een semi-automatisch pistool van het merk Walther P99Q, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;
-
4°.
een korte of lange wapenstok van een door de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type;
-
5°.
CS-traangasgranaten of traangasverspreidende middelen van een door de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.
-
6°.
pepperspray van een door de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.
-
1°.
-
h.
het gebruik van een vuurwapen:
het trekken, het uit voorzorg ter hand nemen, het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen;
-
i.
vuurwapen: een geweldsmiddel als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, onder 1, 2 en 3.