Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingen

Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingen

De Minister van Justitie,
Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van 12 oktober 2000 nr. 5056746/00/TH/rb en van 1 februari 2001 nr. 5078699/01/TH/rb;

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Paragraaf

2

Voorwaarden

Artikel

2

Bij de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel of van een afzondering in een afzonderingscel, geldt het bepaalde in de huisregels van de inrichting waar de straf onderscheidenlijk de afzondering ten uitvoer wordt gelegd, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

Artikel

3

Indien de afzondering, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, niet ten uitvoer kan worden gelegd in een verblijfsruimte vindt deze plaats in een afzonderingscel.

Artikel

4

Artikel

5

De directeur draagt er zorg voor dat hij ten minste dagelijks op de hoogte wordt gesteld van de toestand van de in de straf- of afzonderingscel geplaatste jeugdige.

Artikel

6

Indien de jeugdige herhaaldelijk zonder noodzaak gebruik maakt van in de straf- of afzonderingscel aanwezige communicatiemiddelen kan de directeur beslissen dat deze buiten werking worden gesteld. In dat geval treft hij de maatregelen die noodzakelijk zijn voor voldoende communicatie van de jeugdige met personeelsleden en medewerkers.

Artikel

7

Indien de jeugdige zelfdestructief gedrag vertoont dan wel indien het vermoeden hiervan bestaat, stelt het met het toezicht belaste personeelslid of de medewerker zich ten minste eenmaal per uur op de hoogte van de toestand van de jeugdige.

Artikel

8

De directeur draagt er zorg voor dat de wijze van verslaglegging over het verblijf van een jeugdige in een straf- of afzonderingscel naar aard en frequentie op de situatie van de jeugdige wordt afgestemd.

Paragraaf

3

De inrichting van de straf- of afzonderingscel

Artikel

10

In de straf- of afzonderingscel kan daglicht toetreden.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Paragraaf

4

Het verblijf in de straf- of afzonderingscel

Artikel

15

Artikel

16

Het is de jeugdige niet toegestaan voorwerpen onder zijn berusting te houden, tenzij de directeur anders bepaalt.

Artikel

17

De jeugdige die verblijft in een straf- of afzonderingscel heeft het recht lectuur te ontvangen overeenkomstig de huisregels van de inrichting.

Artikel

18

De jeugdige wordt, gedurende zijn verblijf in de straf- of afzonderingscel, in staat gesteld goederen te kopen. Aangekochte goederen worden in de kamer, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet opgeslagen, tenzij de directeur bepaalt dat tegen uitreiking van bepaalde goederen in de straf- of afzonderingscel geen bezwaar bestaat.

Artikel

19

Artikel

20

In de straf- of afzonderingscel mag niet worden gerookt. Het is de jeugdige toegestaan te roken tijdens het dagelijks verblijf in de buitenlucht.

Paragraaf

5

Verzorging

Artikel

21

Bij plaatsing in straf- of afzonderingscel wordt de jeugdige, indien het dragen van eigen kleding of schoeisel een gevaar oplevert voor de jeugdige zelf dan wel voor de orde of veiligheid in de inrichting, van inrichtingswege voorzien van kleding en schoeisel.

Artikel

22

De jeugdige wordt `s ochtends en `s avonds in de gelegenheid gesteld zich lichamelijk te verzorgen.

Artikel

23

Het voor gebruik in de straf- en afzonderingscel bestemde eetgerei, wordt tegelijkertijd met de maaltijd aan de jeugdige verstrekt en direct na de maaltijd weer terug genomen.

Paragraaf

6

Controle

Artikel

24

De jeugdige wordt voor de plaatsing in een straf- of afzonderingscel aan zijn kleding en lichaam onderzocht.

Artikel

25

Paragraaf

7

Camera observatie

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

De directeur instrueert het personeelslid of de medewerker, die wordt belast met de camera observatie, op welke wijze het toezicht op de jeugdige dient te worden ondersteund en met welke minimum frequentie over het verloop van de observatie schriftelijk verslag wordt gedaan.

Artikel

30

Paragraaf

8

Plaatsing en overplaatsing

Artikel

31

Artikel

32

Paragraaf

9

Overgangsbepaling

Artikel

33

Straf- en afzonderingscellen in inrichtingen waarvan de bouw is gestart na 1 januari 1998, voldoen in elk geval aan de eisen genoemd in Paragraaf 3. Op straf- en afzonderingscellen in inrichtingen waarvan de bouw is gestart voor 1 januari 1998 is het gestelde in Paragraaf 3 niet van toepassing. Deze inrichtingen worden bij de eerstvolgende grote renovatie aangepast aan de genoemde eisen, doch moeten uiterlijk op 31 december 2011 zijn aangepast aan de in Paragraaf 3 genoemde eisen.

Paragraaf

10

Slotbepalingen

Artikel

34

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.

Artikel

35

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van JustitieA.H. Korthals