Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Bij de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf in een strafcel of van een afzondering in een afzonderingscel, geldt het bepaalde in de huisregels van de inrichting waar de straf onderscheidenlijk de afzondering ten uitvoer wordt gelegd, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.
Indien de afzondering, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, niet ten uitvoer kan worden gelegd in een verblijfsruimte vindt deze plaats in een afzonderingscel.
Ingeval sprake is van medische problematiek bezoekt de arts of diens vervanger, dan wel in diens opdracht de verpleegkundige, de jeugdige in de straf- of afzonderingscel zo spoedig mogelijk.
Ingeval gedragsmatige problematiek aan de afzondering ten grondslag ligt, wordt het in het eerste lid van dit artikel genoemde bezoek afgelegd door een kinder- of jeugdpsychiater dan wel een gedragsdeskundige.
Na het eerste bezoek stellen de betrokken arts of diens vervanger dan wel in diens opdracht de verpleegkundige, onderscheidenlijk de kinder- of jeugdpsychiater dan wel de gedragsdeskundige zich regelmatig op de hoogte van de toestand van de jeugdige zolang het verblijf in de straf- of afzonderingscel voortduurt.
De directeur draagt er zorg voor dat hij ten minste dagelijks op de hoogte wordt gesteld van de toestand van de in de straf- of afzonderingscel geplaatste jeugdige.
Indien de jeugdige herhaaldelijk zonder noodzaak gebruik maakt van in de straf- of afzonderingscel aanwezige communicatiemiddelen kan de directeur beslissen dat deze buiten werking worden gesteld. In dat geval treft hij de maatregelen die noodzakelijk zijn voor voldoende communicatie van de jeugdige met personeelsleden en medewerkers.
Indien de jeugdige zelfdestructief gedrag vertoont dan wel indien het vermoeden hiervan bestaat, stelt het met het toezicht belaste personeelslid of de medewerker zich ten minste eenmaal per uur op de hoogte van de toestand van de jeugdige.
De directeur draagt er zorg voor dat de wijze van verslaglegging over het verblijf van een jeugdige in een straf- of afzonderingscel naar aard en frequentie op de situatie van de jeugdige wordt afgestemd.
De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Regeling eisen kamer justitiële jeugdinrichting zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een straf- of afzonderingscel.
In de straf- of afzonderingscel kan daglicht toetreden.
In een straf- of afzonderingscel bevinden zich gedurende de dag zitelementen en gedurende de nacht een matras, een kussen en voldoende dekens.
Tijdens het verblijf in de straf- of afzonderingscel draagt de directeur er zorg voor dat de jeugdige in staat wordt gesteld contact met de buitenwereld te onderhouden, volgens het daarover bepaalde in de huisregels.
De directeur kan het recht van de jeugdige om te telefoneren met, of het ontvangen van bezoek van, persoonlijke relaties slechts beperken of uitsluiten indien het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, dan wel de gedragingen, lichamelijke of geestelijke toestand van de jeugdige, zulks noodzakelijk maken.
Tenzij de directeur anders beslist op grond van de gedragingen, lichamelijke of geestelijke toestand van de jeugdige, wordt er geen toezicht uitgeoefend op de bezoeken die door een advocaat dan wel andere hulpverleners worden afgelegd.
Het is de in artikel 42, eerste lid, van de wet genoemde personen en instanties toegestaan vrijelijk contact te onderhouden met de jeugdige.
Het is de jeugdige niet toegestaan voorwerpen onder zijn berusting te houden, tenzij de directeur anders bepaalt.
De jeugdige die verblijft in een straf- of afzonderingscel heeft het recht lectuur te ontvangen overeenkomstig de huisregels van de inrichting.
De jeugdige wordt, gedurende zijn verblijf in de straf- of afzonderingscel, in staat gesteld goederen te kopen. Aangekochte goederen worden in de kamer, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet opgeslagen, tenzij de directeur bepaalt dat tegen uitreiking van bepaalde goederen in de straf- of afzonderingscel geen bezwaar bestaat.
In de straf- of afzonderingscel mag niet worden gerookt. Het is de jeugdige toegestaan te roken tijdens het dagelijks verblijf in de buitenlucht.
Bij plaatsing in straf- of afzonderingscel wordt de jeugdige, indien het dragen van eigen kleding of schoeisel een gevaar oplevert voor de jeugdige zelf dan wel voor de orde of veiligheid in de inrichting, van inrichtingswege voorzien van kleding en schoeisel.
De jeugdige wordt `s ochtends en `s avonds in de gelegenheid gesteld zich lichamelijk te verzorgen.
Het voor gebruik in de straf- en afzonderingscel bestemde eetgerei, wordt tegelijkertijd met de maaltijd aan de jeugdige verstrekt en direct na de maaltijd weer terug genomen.
De jeugdige wordt voor de plaatsing in een straf- of afzonderingscel aan zijn kleding en lichaam onderzocht.
De directeur kan, indien de lichamelijke of geestelijke toestand van de jeugdige dit noodzakelijk maakt, bepalen dat de jeugdige dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd.
Alvorens hij hiertoe beslist, wint hij het advies van de inrichtingsarts dan wel de kinder- of jeugdpsychiater dan wel een gedragsdeskundige in, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.
Alvorens de directeur beslist tot verlenging van de camera observatie wint hij advies in conform het bepaalde in artikel 26, tweede lid.
De directeur instrueert het personeelslid of de medewerker, die wordt belast met de camera observatie, op welke wijze het toezicht op de jeugdige dient te worden ondersteund en met welke minimum frequentie over het verloop van de observatie schriftelijk verslag wordt gedaan.
Indien de directeur voornemens is, met toepassing van artikel 26, eerste lid, of artikel 56, eerste lid, van de wet. de afzondering buiten de eigen inrichting ten uitvoer te leggen, maakt hij zijn voorgenomen besluit kenbaar aan de selectiefunctionaris.
De directeur van de inrichting waar de afzondering ten uitvoer wordt gelegd, informeert de directeur van de inrichting van herkomst en de selectiefunctionaris, over het verloop van de afzondering.
De selectiefunctionaris pleegt tijdig overleg met de directeur van de inrichting van herkomst over de vraag of de jeugdige na het verstrijken van de termijn van de afzondering naar die inrichting zal terugkeren, naar een andere inrichting dient te worden overgeplaatst of verder in afzondering zal dienen te verblijven. Indien wordt besloten tot overplaatsing dient de directeur van de inrichting van herkomst een daartoe strekkend advies in bij de selectiefunctionaris.
Straf- en afzonderingscellen in inrichtingen waarvan de bouw is gestart na 1 januari 1998, voldoen in elk geval aan de eisen genoemd in Paragraaf 3. Op straf- en afzonderingscellen in inrichtingen waarvan de bouw is gestart voor 1 januari 1998 is het gestelde in Paragraaf 3 niet van toepassing. Deze inrichtingen worden bij de eerstvolgende grote renovatie aangepast aan de genoemde eisen, doch moeten uiterlijk op 31 december 2011 zijn aangepast aan de in Paragraaf 3 genoemde eisen.
Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.