Besluit van 15 augustus 2001 tot vaststelling van enkele algemene maatregelen van bestuur in verband met de inwerkingtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens

Besluit rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

3a

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De buitengewone leden van het College ontvangen van Onze Minister zittingsgeld als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van de wet overeenkomstig de bepalingen die voor rechters-plaatsvervangers gelden met betrekking tot de vergoeding voor een zitting.

Artikel

7

Artikel

9

De voorzitter die wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan Onze Minister. Indien een ander lid wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de voorzitter.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Ten aanzien van de leden van het College is het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor rechterlijke ambtenaren van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder «betrokkene» wordt verstaan: het lid van het College, dat ten gevolge van ontslag, niet zijnde ontslag op eigen verzoek, of ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet.

Artikel

13

Artikel

14

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie leden College bescherming persoonsgegevens.