Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS);
de projectorganisatie, genoemd in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS);
de projectorganisatie, genoemd in artikel 2.
De projectorganisatie wordt ingesteld voor de periode te rekenen met ingang van 25 april 2001 tot en met 30 april 2005.
De projectorganisatie heeft de volgende taken:
het ontwikkelen van een infrastructuur om aanwezige kennis en expertise inzake interculturele zorgverlening toegankelijk te maken voor het gehele veld van de gezondheidszorg;
het organisatorisch inbedden en de continuering van de inschakeling van allochtone zorgconsulenten, alsmede bevordering van voorlichting in groepsverband door Voorlichters Eigen Taal en Cultuur.
het stimuleren van de interculturalisatie van de opleidingen in de gezondheidszorg;
het versterken van intercultureel management en personeelsbeleid binnen instellingen;
het stimuleren van continue monitoring en ander onderzoek om de gezondheidstoestand en de zorgconsumptie van allochtone zorgvragers in de tijd te kunnen volgen, waarbij aandacht besteed dient te worden aan een regeling van een goede registratie van gegevens van allochtone zorgvragers;
het versterken van de positie en inbreng van allochtone zorgvragers;
bij de uitvoering van de onder a tot en met f genoemde taken schenkt de projectorganisatie bijzondere aandacht aan de positie van erkende vluchtelingen en asielgerechtigden.
bij de uitvoering van de onder a tot en met f genoemde taken schenkt de projectorganisatie tevens aandacht aan de relatie met de invoering van het persoonsgebonden budget.
Tot lid van de projectorganisatie worden aangewezen:
H.L. Timmer (Ministerie van VWS), tevens voorzitter;
ir. A.P.M. Bersee (Ministerie van VWS), tevens plaatsvervangend voorzitter;
Op persoonlijke titel worden tot lid benoemd:
drs. R. May (Altrecht te Utrecht);
dr. S. Sidali (arts/psychiater te Amsterdam);
drs. H.M. Becker (Humanitas Zorg en Verpleeghuizen Rijnmond);
drs. J. Crasborn (arts, ZAO Amsterdam);
mevrouw drs. M. Shadid (arts);
drs. I. Yerden (Stafmedewerker Noord-Hollands Participatie-instituut);
mr. K.R. Ho Ten Soeng (Burgemeester van Venhuizen);
drs. R. van Dijk (BAVO/RNO-groep te Rotterdam);
drs. A.J. Voorham (GGD, Rotterdam);
mevrouw drs. H. Nijsingh (GGD-Nederland, MOA);
mevrouw drs. A.D.H. Gornas (arts);
T. van Dillen (Coördinator programma Vernieuwing en Implementatie Gehandicaptenbeleid).
De Projectorganisatie laat zich bij de uitvoering van haar taken bijstaan door een adviesgroep van vertegenwoordigers van door de minister aan te wijzen instellingen en organisaties.
De projectorganisatie stelt haar eigen werkwijze vast in de vorm van een plan van aanpak. De projectorganisatie informeert de minister door middel van dit plan van aanpak over de resultaten die de projectorganisatie wil behalen tijdens de projectperiode, welke prioriteiten worden gesteld en welke tijdsplanning wordt aangehouden.
Bij het plan van aanpak zal een begroting voor de werkzaamheden worden gevoegd.
De projectorganisatie zendt met ingang van 2002 jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar een rapportage over haar werkzaamheden aan de minister.
Na afloop van haar werkzaamheden zendt de projectorganisatie een eindverslag aan de minister.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de projectorganisatie geschiedt bij het Ministerie van VWS. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de projectorganisatie opgeborgen in het archief van dat ministerie.
Dit besluit wordt aangehaald als besluit Projectorganisatie Interculturalisatie van de Gezondheidszorg.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.