Regeling tegemoetkoming duale opleidingstrajecten onderwijsfuncties BVE-sector 2001

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b.

    wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • c.

    bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.1, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet;

  • d.

    project: een samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op het duaal opleiden van eigen onderwijspersoneel, bedoeld in artikel 2;

  • e.

    een onderwijskwalificatie voor het BVE-veld:

    • een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid, onderdeel b., ten eerste van de wet;

    • een bewijs van bekwaamheid als onderwijsassistent-BVE;

    • een bewijs van bekwaamheid als instructeur-BVE;

  • f.

    eigen onderwijspersoneel: door het bevoegd gezag als docent, onderwijsassistent of instructeur benoemd dan wel aangesteld personeel;

  • g.

    BVE Raad: de BVE Raad genoemd in de Kaderregeling subsidiëring BVE Raad;

  • h.

    de student-werknemer: het eigen onderwijspersoneelslid dat in het kader van een project een duale opleiding volgt;

  • i.

    tekortvakken: economische vakken, beroepsgerichte vakken in de techniek alsmede die vakken waarvan het bevoegd gezag aannemelijk maakt dat zij haar vacatures in die vakken moeilijk kan vervullen;

  • j.

    didactische cursus: een cursus gericht op het behalen van een bewijs van voldoende didactische bekwaamheid als bedoeld in de Regeling aanwijzing bewijzen van voldoende didactische bekwaamheid in de bve-sector;

  • k.

    loonverletkosten: de feitelijke loonkosten van het bevoegd gezag voor de student-werknemer voor het deel van de werktijd dat hij in het kader van een project is vrijgesteld om een opleiding te volgen.

Artikel

2

Doel omschrijving

Artikel

3

Subsidieplafond, criterium voor de verdeling en begrotingsvoorbehoud

Artikel

4

Tegemoetkoming

De geplande duur van de opleiding beslaat zoveel maanden als het bevoegd gezag meent dat de student-werknemer nodig heeft om de opleiding met goed gevolg af te ronden met dien verstande dat de periode waarop de aanvraag ziet op zijn vroegst 1 augustus 2000 aanvangt en uiterlijk 31 augustus 2002 eindigt.

Artikel

5

Nadere voorwaarden

Het bevoegd gezag heeft slechts aanspraak op een tegemoetkoming indien:

  • a.

    de door de student-werknemer te volgen dan wel gevolgde opleiding naar het oordeel van de minister geschikt is om een onderwijskwalificatie voor het BVE-veld te verkrijgen.

  • b.

    de student-werknemer een aanvang heeft gemaakt met de opleiding dan wel een zodanige aanvang maakt in het tijdvak dat begint op 1 augustus 2000 en eindigt op 31 december 2001.

Artikel

6

Verplichtingen bevoegd gezag

Hoofdstuk

2

Aanvraagprocedure en termijn

Artikel

7

Aanvraagprocedure

Hoofdstuk

3

Verlening, betaling en vaststelling

Artikel

8

Verlening tegemoetkoming en voorschot

Artikel

9

Vaststelling subsidie

Artikel

10

Verantwoording subsidie

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

11

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming duale opleidingstrajecten onderwijsfuncties BVE-sector 2001.

Artikel

12

Bekendmaking en inwerkingtreding

a. Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling gedaan worden in de Staatscourant.

b. Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de dagtekening van Uitleg OCenW-Regelingen waarin zij wordt geplaatst.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,drs. L.M.L.H.A. Hermans