Regeling impuls beroepsonderwijs voor landelijke organen 2001

Regeling impuls beroepsonderwijs voor landelijke organen 2001

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

c.
instelling:

een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet en een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;

d.
landelijk orgaan:

een landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet;

e.
een project:

een samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

f.
vmbo:

voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs verzorgd aan een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dan wel een scholengemeenschap waarvan in elk geval een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of een school voor voorbereidend beroepsonderwijs deel uitmaakt als bedoeld in artikel 21, eerste lid, tweede volzin, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

g.
bo:

het beroepsonderwijs bedoeld in de wet;

h.
hbo:

het hoger beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

i.
vereniging Colo:

de vereniging voor landelijke organen beroepsonderwijs,

beroepskolom:

het onderwijs verzorgd door scholen en instellingen voor vmbo, bo en hbo.

Artikel

2

Doel

Artikel

3

Hoogte van de aanvullende vergoeding

Artikel

4

Voorwaarden

Artikel

5

Verantwoording

Artikel

6

Monitoring

De landelijke organen werken mee aan een onafhankelijke monitoring naar de effecten van de regeling.

Artikel

7

Terugvordering

De aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 3, kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:

  • a.

    er uiterlijk voor 15 november 2001 geen kwantitatieve en kwalitatieve doelen zijn vastgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde resultaten;

  • b.

    er uiterlijk voor 1 februari 2002 geen tussentijdse effectrapportage en uiterlijk voor 1 oktober 2002 geen afsluitende effectrapportage die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, zijn ingediend bij de minister;

  • c.

    de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;

  • d.

    het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, of

  • e.

    de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de aanvullende vergoeding zijn verbonden.

Artikel

8

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

9

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls beroepsonderwijs voor landelijke organen 2001.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

DeMinister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,L.M.L.H.AHermans.