Artikel
1
1
Bij de vaststelling van de breedte van het voertuig worden de volgende delen en onderdelen buiten beschouwing gelaten:
-
a.
bandenspanningsmeters,
-
b.
douaneverzegelingen, alsmede de voorzieningen hiervoor en de afscherming daarvan,
-
c.
flexibele spatlappen,
-
d.
opklapbare treden,
-
e.
richtingaanwijzers,
-
f.
sneeuwkettingen,
-
g.
stadslichten,
-
h.
uitstekende flexibele delen van een overeenkomstig het bepaalde in richtlijn nr. 91/226/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 maart 1991 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake opspatafschermingssystemen bij bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG 23 april 1991, L 103) goedgekeurde opspatafscherming,
-
i.
verklikkerinrichtingen voor lekke banden,
-
j.
voorzieningen voor het bevestigen van dekzeil en de afscherming daarvan,
-
j1.
voorzieningen voor indirect zicht en kijkhulpmiddelen,
-
k.
zijmarkerings- en markeringslichten,
-
l.
zijretroreflectoren,
-
m.
de bollingen van de banden boven het wegdek,
-
n.
in breedte uitschuifbare en uitklapbare delen, voorzover uitgeschoven of uitgeklapt, en
-
o.
indien het een bus betreft:
-
–
hefplatforms, oprijplaten en soortgelijke uitrustingen in bedrijfsklare toestand, voorzover zij niet meer dan 1 cm aan de zijkant uitsteken, en in geval van oprijplaten, de hoeken en de randen zijn afgerond tot een straal van respectievelijk minstens 5 mm en 2,5 mm;
-
–
niet ingetrokken intrekbare zijdelingse geleidingsinrichtingen op bussen bestemd voor gebruik op geleide bussystemen.
-
–
2
Bij de vaststelling van de lengte van het voertuig worden de volgende delen en onderdelen buiten beschouwing gelaten:
-
a.
hefplatforms, oprijplaten en soortgelijke uitrustingen in bedrijfsklare toestand, voorzover het laadvermogen niet wordt vergroot en deze uitrustingen niet meer dan 30 cm uitsteken,
-
b.
kentekenplaten,
-
c.
koppelinrichtingen, uitgezonderd koppelinrichtingen aan aanhangwagens,
-
d.
langsaanslagen voor afneembare carrosserieën,
-
e.
luchtinlaatpijpen,
-
f.
stootrubbers en soortgelijke uitrusting,
-
f1.
stroomafnemers van elektrisch aangedreven voertuigen,
-
g.
verlichtingsuitrusting,
-
h.
voetsteunen en handgrepen,
-
i.
voorzieningen voor de bevestiging van dekzeil en de afscherming daarvan,
-
j.
voorzieningen voor douaneverzegelingen en de afscherming daarvan,
-
j1.
voorzieningen voor indirect zicht en kijkhulpmiddelen,
-
k.
voorzieningen voor het waarnemen van de ruimte achter het voertuig,
-
l.
wis- en sproei-inrichtingen,
-
m.
maximaal 80 cm van een gestandaardiseerde laadstructuur in de vorm van een 45' container met een lengte van maximaal 13,72 m en een breedte van maximaal 2,50 m, indien deze container stapelbaar is en geschikt is voor vervoer op een zeeschip, mits het voertuig een oorsprong en bestemming heeft in Nederland en Nederland tussentijds niet verlaat.