Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder
een luchtvaartuig ten aanzien waarvan voorafgaande aan de afgifte van een typecertificaat een onderzoek naar de luchtwaardigheid wordt verricht;
Minister van Verkeer en Waterstaat.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder
een luchtvaartuig ten aanzien waarvan voorafgaande aan de afgifte van een typecertificaat een onderzoek naar de luchtwaardigheid wordt verricht;
Minister van Verkeer en Waterstaat.
Bedrijven waaraan niet een erkenning voor het vervaardigen van luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit luchtwaardigheid is verleend, dienen ter verkrijging van een speciaal-BvL voor een prototype van een luchtvaartuig te voldoen aan de eisen van artikel 3.
De aanvrager van een speciaal-BvL voor een prototype van een luchtvaartuig, is inzake de bouw verplicht er voor te zorgen:
dat de organisatie en de inrichting van de werkplaatsen, de gevolgde werkwijzen en controlemethoden, de gebruikte gereedschappen en de kundigheid van het bij de bouw betrokken personeel naar het oordeel van de minister voldoende waarborgen bieden voor een goede bouw van het luchtvaartuig;
dat slechts fabricageprocessen worden toegepast waarmee de minister heeft ingestemd;
dat, voordat materialen, onderdelen en halfproducten alsmede uitrustingsstukken in het luchtvaartuig worden verwerkt,
voor deze toestemming is verleend door de minister, of
deze zijn voorzien van een certificaat van vrijgave, afgegeven door een daartoe erkend bedrijf;
dat de inspecties en proeven worden uitgevoerd die de minister noodzakelijk acht om te verzekeren dat het luchtvaartuig zal voldoen aan de luchtwaardigheidsvoorschriften;
dat hij na de bouw schriftelijk verklaart dat het luchtvaartuig voldoet aan de ingediende ontwerp-tekeningen en specificaties en dat de door de minister voorgeschreven inspecties en proeven naar behoren zijn uitgevoerd;
dat het luchtvaartuig of daarvoor bestemde onderdelen op verzoek van de minister ter beschikking worden gesteld voor een onderzoek naar de luchtwaardigheid op een in onderling overleg te bepalen tijdstip en plaats;
dat hij de minister inlicht over het tijdstip waarop met de bouw of de beproeving van belangrijke onderdelen wordt begonnen.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 oktober 2001.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling prototypen luchtvaartuigen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.