Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigen

De Staatssecretaris van Defensie;

Besluit:

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
wet:
b.
minister:

Minister van Defensie.

2

Vrijstelling van het verbod om toestellen in het luchtruim te gebruiken

Artikel

2

Militaire raketten en militaire projectielen zijn vrijgesteld van het verbod, bedoeld in artikel 1.2a, eerste lid, van de wet, voor zover deze raketten of projectielen worden gebruikt in een gebied dat voor burgerluchtverkeer is gesloten.

3

Nationaliteits- en inschrijvingskenmerk

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De middellijn van het nationaliteitskenmerk is ten hoogste 125 centimeter en, tenzij het gaat om luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd, ten minste 30 centimeter. Luchtvaartuigen die hetzij automatisch, hetzij op afstand worden bestuurd, voeren een nationaliteitskenmerk waarvan de grootte is afgestemd op de afmetingen van het luchtvaartuig, met dien verstande dat het nationaliteitskenmerk goed zichtbaar is.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Een Nederlands militair luchtvaartuig dat naar het oordeel van de minister van historische waarde is, kan in plaats van het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, een nationaliteits- en inschrijvingskenmerk voeren dat door de minister voor het desbetreffende luchtvaartuig is aangewezen.

4

Registratie

Artikel

9

Artikel

10

Het bewijs van inschrijving van Nederlandse militaire luchtvaartuigen wordt vastgesteld overeenkomstig de modellen, die als bijlage bij deze regeling behoren.

5

Type-certificaat, bewijs van luchtwaardigheid

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De minister geeft met betrekking tot Nederlandse militaire luchtvaartuigen de volgende bewijzen van luchtwaardigheid af:

  • a.

    ten aanzien van luchtvaartuigen, geregistreerd in het luchtvaartuigregister voor de Koninklijke Luchtmacht: het bewijs van luchtwaardigheid Koninklijke Luchtmacht, overeenkomstig het model, dat als bijlage bij deze regeling behoort;

  • b.

    ten aanzien van luchtvaartuigen, geregistreerd in het luchtvaartuigregister voor de Koninklijke Marine: het bewijs van luchtwaardigheid Koninklijke Marine, overeenkomstig het model, dat als bijlage bij deze regeling behoort.

Artikel

14

De minister trekt het bewijs van luchtwaardigheid in elk geval in, indien het luchtvaartuig, waarop het bewijs van luchtwaardigheid betrekking heeft:

  • a.

    niet meer voldoet aan de voor het type vastgestelde eisen van luchtwaardigheid; of

  • b.

    heeft opgehouden deel uit te maken van de Nederlandse krijgsmacht.

6

Slotbepalingen

Artikel

15

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 oktober 2001.

Artikel

16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kenmerken, registratie en luchtwaardigheid militaire luchtvaartuigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage liggen bij de Stafgroep Juridische zaken van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, Binckhorstlaan 135 te Den Haag, en bij de Afdeling Juridische zaken van de Marinestaf, Van der Burchlaan 31 te Den Haag.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Defensie, H.A.L. vanHoof

Bijlage

Ligt ter inzage bij Stafgroep Juridische zaken van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten te Den Haag, en bij de Afdeling Juridische zaken van de Marinestaf te Den Haag.