Regeling van de Centrale Raad van Beroep van 22 oktober 2001, houdende richtlijnen voor de behandeling van beroepszaken in eerste aanleg en in hoger beroep door enkelvoudige en meervoudige kamers als bedoeld in artikel 17 en volgende van de Beroepswet (Procesregeling Centrale Raad van Beroep). Het wettelijk kader voor de behandeling van (hoger) beroepszaken bij de Raad is in hoofdzaak vervat in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en deels in de Beroepswet (Bw).

Procesregeling Centrale Raad van Beroep

I

Voorfase

Eerste aanleg

Artikel

1

Ontvangstbevestiging/kennisgeving

Hoger beroep

Artikel

2

Ontvangstbevestiging/kennisgeving

Eerste aanleg

Artikel

3

Uitnodiging griffierecht

Hoger beroep

Artikel

4

Uitnodiging griffierecht

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

5

Herstel vormverzuim

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

6

Overleggen machtiging

II

Toezending van stukken

Eerste aanleg

Artikel

7

Toezending van stukken

Hoger beroep

Artikel

8

Toezenden van stukken

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

9

Later inzenden van stukken

III

Versnelde behandeling

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

10

Versnelde behandeling

IV

Voortgang van de procedure

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

11

Bericht van behandeling

Na doorzending van het verweerschrift, dan wel indien de gedingstukken later zijn binnengekomen nadien, neemt de Raad binnen acht weken een beslissing over de wijze waarop het (hoger) beroep verder zal worden behandeld. Van deze beslissing wordt binnen twee weken aan partijen mededeling gedaan.

V

Vooronderzoek

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

12

Repliek en dupliek

Indien de Raad het wenselijk acht dat de indiener van het beroepschrift een reactie op het verweerschrift geeft, wordt de indiener in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van vier weken na de uitnodiging daartoe van repliek te dienen. De andere partij(en) wordt daarna in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de uitnodiging daartoe van dupliek te dienen.

Artikel

13

Comparitie van partijen

De oproeping om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord, wordt ten minste vier weken tevoren aan de opgeroepen partij verzonden. Aan de andere partij(en) wordt terzelfder tijd een afschrift van deze oproeping gezonden met de mededeling dat het horen kan worden bijgewoond en een uiteenzetting over de zaak kan worden gegeven.

Artikel

14

Schriftelijke inlichtingen

Indien de Raad het noodzakelijk acht schriftelijke inlichtingen in te winnen en/of stukken op te vragen bij partijen en anderen, wordt een termijn van vier weken gesteld om aan het verzoek te voldoen.

Artikel

15

Horen van getuigen

V

Vooronderzoek

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

16

Deskundigenonderzoek (ambtshalve)

Artikel

17

Deskundigenonderzoek (op verzoek van partijen)

Artikel

18

Onderzoek ter plaatse

Indien de Raad een onderzoek ter plaatse nodig acht, wordt van plaats en tijdstip van het onderzoek ten minste twee weken van tevoren aan partijen mededeling gedaan. Partijen worden daarbij in de gelegenheid gesteld bij dat onderzoek aanwezig te zijn.

VI

Zitting en uitspraak

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

19

Verzet na vereenvoudigde afdoening

Artikel

20

Onderzoek ter zitting

Artikel

21

Uitspraken en heropening onderzoek

VII

Algemene bepalingen en slotbepalingen

Eerste aanleg en hoger beroep

Artikel

22

Uitstelbeleid

Artikel

23

Afwijkingsbevoegdheid

Van de artikelen van deze procesregeling kan de Raad in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden afwijken.

Artikel

24

Overgangs- en slotbepalingen

Deze procesregeling is vastgesteld in de Algemene Vergadering van de Centrale Raad van Beroep van 22 oktober 2001.