Artikel
1
1
Het afsluitend examen, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wet op de Raad van State, is zodanig samengesteld dat ten minste grondige kennis van en inzicht in drie van de vijf volgende rechtsgebieden is verkregen:
a. burgerlijk recht, met inbegrip van burgerlijk procesrecht;
b. strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht;
c. bestuursrecht, met inbegrip van bestuursprocesrecht;
d. staatsrecht;
e. belastingrecht.