Regeling impuls groen beroepsonderwijs 2001

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b.
wet:

Wet educatie en beroepsonderwijs;

c.
instelling:

instelling als bedoeld in artikel 1.3.3 van de wet;

d.
project:

samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

e.
vmbo-groen:

voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving, verzorgd aan een instelling;

f.
beroepsonderwijs:

beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de wet;

g.
hbo:

hoger beroepsonderwijs;

h.
beroepskolom:

onderwijs verzorgd door scholen en instellingen voor vmbo en beroepsonderwijs;

i.
AOC-raad:

Vereniging AOC-raad;

j.
landelijk orgaan:

landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet;

k.
kwalificatiewinst:

verbeterde uitstroom en doorstroom binnen de beroepskolom.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Het bevoegd gezag verantwoordt de besteding van de subsidie door middel van:

  • a.

    een inhoudelijke verantwoording, bestaande uit de afsluitende rapportage, bedoeld in artikel 4;

  • b.

    een financiële verantwoording over de jaren 2001 en 2002 op de wijze zoals omschreven in de Regeling financieel jaarverslag (jaarrekening) voor instellingen/organen in de bve-sector met ingang van het verslagjaar 2000.

Artikel

6

De instellingen werken mee aan een onafhankelijke monitoring van de effecten van deze regeling.

Artikel

7

De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de instelling indien:

  • a.

    er uiterlijk 1 december geen kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen zijn vastgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde kwalificatiewinst;

  • b.

    er uiterlijk 1 oktober 2002 geen afsluitende rapportage die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, is ingediend bij de minister;

  • c.

    de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;

  • d.

    het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, of

  • e.

    de ontvanger van de subsidie heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn verbonden.

Artikel

8

Op 1 januari 2002 vervallen de in artikel 3 vermelde guldensbedragen, met inbegrip van de guldentekens en de haakjes.

Artikel

9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2001.

Artikel

11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls groen beroepsonderwijs 2001.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant gepubliceerd.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,L.J. Brinkhorst