Besluit van 10 december 2001, houdende regels omtrent de samenstelling en inrichting van het College van afgevaardigden en de afvaardiging van de leden (Besluit College van afgevaardigden)

Besluit College van afgevaardigden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 6 november 2001, nr. 5130704/01/6;
De Raad van State gehoord (advies van 3 december 2001, nr. W03.01.0582/I);
Gelet op het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 6 december 2001, nr. 5138130/01/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Paragraaf

2

Samenstelling, inrichting en afvaardiging

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Als lid van het College kunnen niet worden afgevaardigd rechterlijke ambtenaren die uitsluitend als rechter- of raadsheer-plaatsvervanger optreden.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Bij de uitoefening van zijn werkzaamheden wordt het College administratief bijgestaan door het Bureau van de Raad voor de rechtspraak.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De leden van het College ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfskosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.

Paragraaf

3

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

11

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit College van afgevaardigden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, A. H. Korthals
De Minister van Justitie, A. H. Korthals