Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b.
project:

een activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten met een incidenteel karakter;

c.
projectsubsidie:

een subsidie in de redelijkerwijs te maken kosten van een project;

d.
zelforganisatie:

een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die uitsluitend of in hoofdzaak bestaat uit en werkzaam is voor en met minderheden, die een landelijk werkterrein heeft, op landelijk niveau is georganiseerd en die nagenoeg uitsluitend uit vrijwilligers bestaat;

e.
minderheden:

de volgende groepen van personen die in Nederland verblijven:

  • personen afkomstig uit Turkije, Marokko, Tunesië, Kaapverdië, Portugal, Spanje, Italië, Joegoslavië, Slovenië, Kroatië, Bosnië, Macedonië, Griekenland, China, Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba of de Molukken, die:

  • zigeuners;

  • verdragsvluchtelingen in de zin van artikel 1, onder l, van de Vreemdelingenwet 2000 dan wel tot Nederlander genaturaliseerde oorspronkelijke verdragsvluchtelingen;

  • kinderen van personen die tot de hierboven genoemde groepen behoren.

Artikel

2

De minister kan op aanvraag eenmaal een projectsubsidie verstrekken aan een zelforganisatie voor een project dat is gericht op:

  • a.

    de informatievoorziening aan de doelgroep van de zelforganisatie;

  • b.

    de bevordering van de communicatie binnen de doelgroep van de zelforganisatie; en

  • c.

    de bevordering van het functioneren en de levensvatbaarheid van de zelforganisatie.

Artikel

3

Een projectsubsidie wordt slechts verstrekt, indien naar het oordeel van de minister:

  • a.

    het verstrekken van de subsidie zijn beleid ondersteunt dat is neergelegd in de welzijnsnota, bedoeld in artikel 8 van de Welzijnswet 1994, dan wel anders openbaar is gemaakt;

  • b.

    mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt;

  • c.

    de zelforganisatie naar het oordeel van de minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond; en

  • d.

    de zelforganisatie aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van subsidie, voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.

Artikel

4

Artikel

5

Een projectsubsidie kan worden verstrekt voor een periode die zich uitstrekt uiterlijk tot en met 31 december 2003.

Artikel

6

§

2

Subsidieplafond

Artikel

7

§

3

Subsidieaanvragen

Artikel

8

Artikel

9

§

4

Subsidieverstrekking

Artikel

10

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

Artikel

11

Indien het project wordt uitgevoerd in meerdere kalenderjaren, wordt de projectsubsidie betaald in jaarlijkse termijnen. De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt welk bedrag elk kalenderjaar wordt betaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de ingediende liquiditeitsprognose.

§

5

Verplichtingen

Artikel

12

De zelforganisatie zorgt ervoor dat:

  • a.

    de doeleinden, gesteld in het projectplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd;

  • b.

    de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd; en

  • c.

    de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verstrekt.

Artikel

13

De zelforganisatie zorgt er voorts voor dat:

  • a.

    de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;

  • b.

    de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de zelforganisatie; en

  • c.

    van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn, waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken.

Artikel

14

De zelforganisatie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot intrekking of wijziging van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel

15

Artikel

16

De zelforganisatie vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden terzake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de zelforganisatie in het kader van het project verrichte publicaties.

Artikel

17

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

18

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

20

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004.

Artikel

21

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.Vliegenthart

Bijlage

behorende bij de Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden, artikel 8, vierde lid

Projectplan

In het projectplan bij de aanvraag van een projectsubsidie op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden dienen tenminste de hieronder genoemde onderwerpen aan de orde te komen. Het niet de bedoeling dat wordt volstaan met trefwoordgewijze aanduidingen, maar dat op de verschillende onderwerpen, voorzover mogelijk, inhoudelijk en beschrijvend wordt ingegaan. Globaal kan worden gesteld dat een projectplan antwoord moet kunnen geven op vragen als: wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe, hoeveel, waartoe, enz.

  • 1.

    Correspondentiegegevens: naam zelforganisatie, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer, naam contactpersoon, bank- of gironummer, e-mailadres;

  • 2.

    Het jaar/de periode waarop de subsidie-aanvraag betrekking heeft;

  • 3.

    Per activiteit binnen het project afzonderlijk:

    • a.

      het beoogde resultaat van de activiteit en op wie de activiteit is gericht;

    • b.

      de omvang van de activiteit: hoeveel personen/organisaties zullen bereikt worden;

    • c.

      de aard van de activiteit: hoe de activiteit wordt uitgevoerd (korte beschrijving van de aanpak) en welke organisatie(s) daarbij eventueel worden ingeschakeld.

De begroting

De begroting moet sluitend zijn en dient een inzicht te geven in de totale lasten en baten van een project. Het is een activiteitenbegroting. Overheadkosten dienen toegerekend te zijn aan activiteiten binnen het project; overheadkosten zijn als op zichzelf staande post niet subsidiabel.

Duidelijk dient te zijn op welke manier (door welke instantie) wordt voorzien in de benodigde baten; daarmee wordt ook duidelijk voor lasten van welke activiteiten subsidie wordt gevraagd van het ministerie.

De verschillende posten in de begroting dienen te worden toegelicht.

Bij een aanvraag die betrekking heeft op meerdere kalenderjaren gaat de begroting vergezeld van een liquiditeitsprognose per kalenderjaar. Deze liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van het project per kalenderjaar.