Artikel
1
Begripsbepalingen
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
het ten minste eenmaal per week plegen te reizen tussen de woning of verblijfplaats en de plaats of plaatsen waar arbeid wordt verricht, waarbij binnen een tijdsbestek van 24 uur zowel heen als terug wordt gereisd;
de afstand tussen de woning of verblijfplaats en de plaats van arbeid gemeten langs de meest gebruikelijke weg voorzover over die afstand geen vervoer vanwege de werkgever plaatsvindt;
-
1°.
vanwege de werkgever georganiseerd vervoer met uitzondering van het woon-werkverkeer van de werknemer die als bestuurder met een niet door de werkgever ter beschikking gesteld voertuig een of meer collega's mede vervoert;
-
2°.
het reizen per openbaar vervoer op basis van door de werkgever aangeschafte en door hem aan de werknemer verstrekte plaatsbewijzen.
2
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a:
-
a.
pleegt de werknemer in ieder geval ten minste eenmaal per week te reizen indien hij in het kalenderjaar op 60 dagen of meer heeft gereisd of vermoedelijk zal reizen van zijn woning of verblijfplaats naar de plaats of plaatsen waar arbeid wordt verricht;
-
b.
mag worden aangenomen dat de werknemer niet ten minste eenmaal per week pleegt te reizen als hij in het kalenderjaar op minder dan 60 dagen heeft gereisd of vermoedelijk zal reizen van zijn woning of verblijfplaats naar de plaats of plaatsen waar arbeid wordt verricht.