Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer, bedoeld in artikel 76 van de Wet personenvervoer 2000.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
de bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer, bedoeld in artikel 76 van de Wet personenvervoer 2000.
De bijdrage die jaarlijks voor de aanvang van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft aan een concessieverlener wordt verleend, is voor het desbetreffende jaar opgenomen in bijlage 1. De hoogte van de bijdrage is het resultaat van de berekening, bedoeld in artikel 55 van het besluit, vermeerderd met de bedragen die zijn berekend op grond van de artikelen 6 tot en met 15.
Met het oog op de berekening van de bijdrage worden jaarlijks per concessieverlener de vervoeropbrengsten vastgesteld op grond van de Regeling vervoeropbrengsten rijksbijdrage openbaar vervoer. De vervoeropbrengsten voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 2.
De reizigerskilometers van door of vanwege de werkgever verzorgd vervoer van werknemers als bedoeld in artikel 8 van het besluit, worden vermenigvuldigd met de in bijlage 3, onderdeel a, opgenomen omrekenfactor van reizigerskilometers naar fictieve vervoeropbrengsten, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Regeling vervoeropbrengsten rijksbijdrage openbaar vervoer.
In afwijking van het eerste lid, wordt bij de berekening van de bijdrage voor het jaar 2002 in bijlage 2 uitgegaan van de vastgestelde vervoeropbrengsten op grond van artikel 19 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer.
De rekenfactor, bedoeld in artikel 55 van het besluit, wordt jaarlijks berekend door de rekenfactor van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de rekenfactor betrekking heeft:
te verlagen in verband met de taakstellende bezuiniging ter verbetering van de verhouding tussen de vervoeropbrengsten en de bijdrage;
te verhogen of te verlagen, indien de gemiddelde landelijke tariefstijging lager respectievelijk hoger is dan de ontwikkelingen van de loonkosten en van de prijzen, bedoeld in artikel 64 van het besluit;
te verlagen indien de beschikbare middelen voor de exploitatie van openbaar vervoer zoals afgeleid uit het hoofdstuk van Verkeer en Waterstaat op de rijksbegroting, ontoereikend zijn.
De kenmerken, bedoeld in artikel 56, onderdeel a, van het besluit worden per concessieverlener uitgedrukt in de componenten:
dunheid en dichtheid;
centrumfunctie;
inwoners;
oppervlakte land.
De berekening van de in artikel 7 tot en met 10 gehanteerde begrippen: aantal inwoners, oppervlakte land, het aantal woningen, de omgevingsadressendichtheid en het regionaal klantenpotentieel per gemeente, vindt plaats op basis van opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek van gegevens zoals beschikbaar op 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft.
De component dunheid en dichtheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt berekend door:
de correctiefactor dunheid, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en de correctiefactor dichtheid, bedoeld in artikel 7, tweede lid, bij elkaar op te tellen en te delen door 2. Het resultaat is de correctiefactor dunheid en dichtheid;
de correctiefactor dunheid en dichtheid te vermenigvuldigen met de vervoeropbrengsten. Het resultaat wordt per concessieverlener uitgedrukt in een percentage van het totaal;
het percentage per concessieverlener, bedoeld in onderdeel b, te vermenigvuldigen met de totale vervoeropbrengsten van Nederland;
van de uitkomst van onderdeel c de vervoeropbrengsten per concessieverlener, af te trekken;
de uitkomst van onderdeel d te vermenigvuldigen met de rekenfactor, bedoeld in artikel 4, waarbij eerst het getal 1 wordt opgeteld.
De correctiefactor dunheid wordt berekend door:
het aantal inwoners te delen door de oppervlakte land: dit is de bevolkingsdichtheid land per concessieverlener. Op dezelfde wijze wordt de gemiddelde bevolkingsdichtheid van Nederland berekend;
voor elk van de overheden de uitkomsten van onderdeel a de tweedemachtswortel te nemen;
de uitkomsten van onderdeel b voor elke concessieverlener te vermenigvuldigen met de parameter `dunheid b1', ter waarde van 0,02;
de uitkomsten van onderdeel c van het getal 1 af te trekken;
bij de uitkomsten van onderdeel d de jaarlijks te berekenen parameter `dunheid b2' op te tellen. Deze parameter is afhankelijk van de waarden van het structuurkenmerk `bevolkingsdichtheid'; de parameter is opgenomen in bijlage 3, onderdeel c;
De correctiefactor dichtheid wordt berekend door:
de gemiddelde omgevingsadressendichtheid per concessieverlener te bepalen door per gemeente de omgevingsadressendichtheid te vermenigvuldigen met het aantal woningen en de som van de uitkomsten te delen door de som van het aantal woningen per gemeente;
de omgevingsadressendichtheid per concessieverlener op te tellen bij de parameter `dichtheid', ter waarde van 15.000. Op dezelfde wijze wordt de gemiddelde omgevingsadressendichtheid van Nederland berekend;
de uitkomsten van onderdeel b per concessieverlener te delen door de uitkomst van onderdeel b voor Nederland.
De component centrumfunctie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wordt berekend door het regionaal klantenpotentieel als maat voor de centrumfunctie te verlagen met het aantal inwoners. De uitkomst hiervan, het klantensurplus, wordt vermenigvuldigd met een jaarlijks vast te stellen tarief. Het tarief voor het desbetreffende jaar is opgenomen in bijlage 3, onderdeel d.
De component inwoners, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, wordt berekend door het aantal inwoners te vermenigvuldigen met een jaarlijks vast te stellen tarief. Het tarief voor het desbetreffende jaar is opgenomen in bijlage 3, onderdeel e.
De component oppervlakte land, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, wordt berekend door de oppervlakte land in hectare te vermenigvuldigen met een jaarlijks vast te stellen tarief. Het tarief voor het desbetreffende jaar is opgenomen in bijlage 3, onderdeel f.
De tarieven, genoemd in de artikelen 8, 9 en10, worden jaarlijks berekend door het betreffende tarief van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het tarief betrekking heeft:
te verlagen in verband met de taakstellende bezuiniging ter verbetering van de verhouding tussen de vervoeropbrengsten en de bijdrage;
te verhogen met de ontwikkelingen van de loonkosten en van de prijzen, bedoeld in artikel 64 van het besluit;
te verlagen indien de beschikbare middelen voor de exploitatie van openbaar vervoer zoals afgeleid uit het hoofdstuk van Verkeer en Waterstaat op de rijksbegroting, ontoereikend zijn.
Krachtens artikel 56, onderdeel c, van het besluit worden in verband met bestaande trolley- en tramnetten jaarlijks vast te stellen forfaitaire bedragen toegekend aan Knooppunt Arnhem-Nijmegen, Regionaal Orgaan Amsterdam, Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam.
De bedragen worden jaarlijks berekend door het betreffende bedrag van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop het bedrag betrekking heeft:
te verlagen in verband met de taakstellende bezuiniging ter verbetering van de verhouding tussen de vervoeropbrengsten en de bijdrage;
te verhogen met de ontwikkelingen van de loonkosten en van de prijzen, bedoeld in artikel 64 van het besluit;
te verlagen indien de beschikbare middelen voor de exploitatie van openbaar vervoer zoals afgeleid uit het hoofdstuk van Verkeer en Waterstaat op de rijksbegroting, ontoereikend zijn.
Krachtens artikel 56, onderdeel d, van het besluit worden forfaitaire bedragen in mindering gebracht bij het Regionaal Orgaan Amsterdam en Haaglanden. De bedragen voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 3, onderdeel h.
Krachtens artikel 57, eerste lid, van het besluit worden in verband met de inzet van extra toezichthouders in de tram de bijdragen aan het Regionaal Orgaan Amsterdam, Stadsgewest Haaglanden en het Stadsregio Rotterdam verhoogd met jaarlijks vast te stellen forfaitaire bedragen. De bedragen voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 3, onderdeel i.
Krachtens artikel 57, eerste lid, van het besluit worden in verband met de instandhouding van de metro-infrastructuur de bijdragen aan het Regionaal Orgaan Amsterdam en het Stadsregio Rotterdam verhoogd met jaarlijks vast te stellen forfaitaire bedragen. De bedragen voor het desbetreffende jaar zijn opgenomen in bijlage 3, onderdeel j.
De minister stelt de bijdrage uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft ambtshalve vast. Indien de beschikking tot vaststelling van de bijdrage niet voor 1 juli kan worden gegeven, stelt de minister de concessieverlener daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
Bij het gewijzigd vaststellen van de bijdrage, bedoeld in artikel 64 van het besluit, wordt 65% van de bijdrage aangemerkt als loongevoelig, en 35% als prijsgevoelig.
De bijdrage kan uitsluitend worden besteed aan:
activiteiten van concessiehouders die leiden tot kosten, toe te rekenen aan openbaar vervoer;
activiteiten verricht door medewerkers van concessieverleners, voor zover deze direct betrekking hebben op het openbaar vervoer;
maatregelen ten behoeve van projecten sociale veiligheid en toegankelijkheid;
investeringen in infrastructuur ten behoeve van openbaar vervoer;
onderhoud en instandhouding van lokale en regionale (rail)infrastructuur voor tram, metro, sneltram en (trolley)bus;
reservering voor openbaar vervoer, met inbegrip van de wettelijke rente minus 4% over het positieve saldo van de reserve op 1 januari van het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft.
De bijdrage kan tevens worden besteed aan:
vormen van vervoer waarvoor op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000 de artikelen met betrekking tot het verlenen van een bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer van toepassing zijn. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing;
vormen van vervoer waarvoor op grond van een experiment als bedoeld in artikel 3 van de Wet personenvervoer 2000 een bijdrage voor exploitatie van openbaar vervoer is verstrekt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
De per concessieverlener geoormerkte bijdragen worden uitsluitend aangewend voor de doelen waarvoor zij zijn verleend. Reservering van de geoormerkte bijdrage voor de verbetering van de sociale veiligheid kan plaatsvinden voor maximaal 1 jaar en indien de betreffende bijdrage lager is dan € 25.000,- voor maximaal 2 jaar.
De verantwoording van de gegevens, bedoeld in artikel 68, onderdeel b, van het besluit, geschiedt overeenkomstig het in bijlage 4 opgenomen model.
De in het eerste lid bedoelde gegevens gaan vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 70 van het besluit, die is opgesteld met inachtneming van het controleprotocol zoals opgenomen in bijlage 5.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden, vergezeld van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, vóór 1 oktober van het jaar volgend op het kalenderjaar waar waarop zij betrekking hebben, bij de minister ingediend. Indien de termijn van indiening wordt overschreden, kan de minister besluiten tot het in mindering brengen van een bedrag op de bijdrage aan betrokken concessieverlener voor een van de eerstvolgende jaren.
De Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de verantwoording van de bijdrage voor de jaren tot en met het jaar 2001, alsmede de rechtsgedingen die daarop betrekking hebben.
In afwijking van het eerste lid, blijven de artikelen 16 tot en met 19 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer van toepassing op de vaststelling van de vervoeropbrengsten voor de berekening van de bijdrage voor het jaar 2002 met dien verstande dat in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, onder 1§, `'NS Reizigers BV'' wordt vervangen door: de treindiensten.
In artikel 2, onderdeel a, van de Regeling vervoeropbrengsten rijksbijdrage openbaar vervoer wordt `'berekend op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer'' vervangen door: berekend op grond van artikel 3, tweede lid, van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001.
De Regeling experiment meerjarenafspraken openbaar vervoer 2000 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 3, eerste lid, wordt `'artikel 7 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer'' vervangen door: artikel 5 van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001.
Artikel 7 komt te luiden:
Artikel 7
De Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001 is niet van toepassing, met uitzondering van de artikelen 1, 3, 16, 17 en 19.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
|
Bestuur Regio Utrecht |
63.132 |
|
|
Stadsgewest Haaglanden |
117.631 |
|
|
Knooppunt Arnhem-Nijmegen |
46.557 |
|
|
Regionaal Orgaan Amsterdam |
262.084 |
|
|
Samenwerkingsverband Regio Eindhoven |
24.538 |
|
|
Stadsregio Rotterdam |
158.408 |
|
|
Regio Twente |
16.479 |
|
|
Provincie Drenthe |
4.508 |
|
|
Provincie Flevoland |
11.036 |
|
|
Provincie Fryslân |
25.997 |
|
|
Provincie Gelderland |
31.054 |
|
|
Provincie Groningen |
2.479 |
|
|
Provincie Limburg |
29.096 |
|
|
Provincie Noord-Brabant |
31.120 |
|
|
Provincie Noord-Holland |
28.404 |
|
|
Provincie Overijssel |
14.157 |
|
|
Provincie Utrecht |
5.123 |
|
|
Provincie Zeeland |
14.980 |
|
|
Provincie Zuid-Holland |
43.314 |
|
|
Gemeente Alkmaar |
2.577 |
|
|
Gemeente Almere |
7.154 |
|
|
Gemeente Amersfoort |
3.662 |
|
|
Gemeente Apeldoorn |
5.038 |
|
|
Gemeente Breda |
5.243 |
|
|
Gemeente Dordrecht |
5.516 |
|
|
Gemeente Groningen |
4.045 |
|
|
Gemeente Haarlem |
10.067 |
|
|
Stadsgewest `s-Hertogenbosch |
5.789 |
|
|
Gemeente Hilversum |
1.807 |
|
|
Gemeente Leeuwarden |
1.620 |
|
|
Gemeente Leiden |
7.351 |
|
|
Gemeente Lelystad |
1.856 |
|
|
Gemeente Maastricht |
7.055 |
|
|
Gemeente Tilburg |
9.866 |
|
|
Gemeente Zwolle |
4.864 |
|
|
Totaal |
1.013.605 |
|
Provincie Drenthe |
13.005 |
|
|
Provincie Groningen |
20.385 |
|
|
Gemeente Groningen |
6.781 |
|
|
Gemeente Leeuwarden |
1.941 |
|
|
Totaal |
42.112 |
|
Fictieve opbrengsten bedrijfsvervoer (Rzkm's 2000) |
Opbrengst- derving SOV (2001) |
Overige opbrengsten (1-7-2000 tm 30-6-2001) |
Totaal vervoer opbrengsten (RB 2002) |
|
|
Bestuur Regio Utrecht |
0 |
6.997 |
34.915 |
41.911 |
|
Stadsgewest Haaglanden |
0 |
4.204 |
55.109 |
59.313 |
|
Knooppunt Arnhem-Nijmegen |
0 |
3.815 |
24.426 |
28.241 |
|
Regionaal Orgaan Amsterdam |
5 |
10.219 |
128.863 |
139.087 |
|
Samenwerkingsverband Regio Eindhoven |
277 |
2.049 |
11.436 |
13.763 |
|
Stadsregio Rotterdam |
364 |
8.601 |
76.680 |
85.645 |
|
Regio Twente |
65 |
2.669 |
5.803 |
8.538 |
|
Provincie Flevoland |
0 |
1.090 |
5.763 |
6.854 |
|
Provincie Fryslân |
23 |
3.918 |
11.713 |
15.654 |
|
Provincie Gelderland |
26 |
4.803 |
14.818 |
19.647 |
|
Provincie Limburg |
701 |
4.073 |
13.104 |
17.877 |
|
Provincie Noord-Brabant |
158 |
4.223 |
16.295 |
20.676 |
|
Provincie Noord-Holland |
794 |
3.136 |
16.242 |
20.173 |
|
Provincie Overijssel |
27 |
1.378 |
6.498 |
7.902 |
|
Provincie Utrecht |
0 |
849 |
2.666 |
3.515 |
|
Provincie Zeeland |
167 |
1.662 |
6.964 |
8.792 |
|
Provincie Zuid-Holland |
157 |
5.186 |
27.068 |
32.411 |
|
Gemeente Alkmaar |
0 |
190 |
1.123 |
1.313 |
|
Gemeente Almere |
0 |
155 |
4.649 |
4.804 |
|
Gemeente Amersfoort |
0 |
266 |
1.383 |
1.649 |
|
Gemeente Apeldoorn |
0 |
197 |
1.878 |
2.075 |
|
Gemeente Breda |
0 |
383 |
2.117 |
2.500 |
|
Gemeente Dordrecht |
50 |
270 |
2.736 |
3.056 |
|
Gemeente Haarlem |
0 |
589 |
5.847 |
6.436 |
|
Stadsgewest `s-Hertogenbosch |
0 |
418 |
2.502 |
2.920 |
|
Gemeente Hilversum |
0 |
185 |
865 |
1.049 |
|
Gemeente Leiden |
0 |
850 |
3.916 |
4.766 |
|
Gemeente Lelystad |
0 |
71 |
805 |
876 |
|
Gemeente Maastricht |
0 |
439 |
3.716 |
4.154 |
|
Gemeente Tilburg |
27 |
1.086 |
4.144 |
5.257 |
|
Gemeente Zwolle |
19 |
614 |
1.716 |
2.349 |
|
Totaal |
2.860 |
74.584 |
495.759 |
573.203 |
|
Fictieve opbrengsten bedrijfsvervoer (Rzkm's 2000) |
Opbrengst- derving SOV (2001) |
Overige opbrengsten (1-7-2000 tm 30-6-2001) |
Totaal vervoer opbrengsten (RB 2002) |
|
|
Provincie Drenthe |
11 |
2.066 |
7.260 |
9.336 |
|
Provincie Groningen |
0 |
3.565 |
11.069 |
14.634 |
|
Gemeente Groningen |
0 |
1.334 |
3.534 |
4.868 |
|
Gemeente Leeuwarden |
0 |
481 |
866 |
1.347 |
|
Totaal |
11 |
7.445 |
22.729 |
30.185 |
|
a. Artikel 3 - omrekenfactor bedrijfsvervoer (in €) |
|
|
omrekenfactor 2001 |
0,0165 |
|
tariefstijging 2001 |
0,0006 |
|
omrekenfactor 2002 |
0,0171 |
|
b. Artikel 4 - rekenfactor |
|
|
rekenfactor 2001 |
1,4841 |
|
kostenontwikkeling 2001 < tariefstijging 2001 |
0,0075 |
|
taakstellende bezuiniging 2002 |
- 0,0229 |
|
verlaging i.v.m. beschikbare middelen 2002 |
0,0000 |
|
rekenfactor 2002 |
1,4688 |
|
c. Artikel 7 - parameter dunheid b2 |
|
|
parameter dunheid b2 2002 |
0,0434 |
|
d. Artikel 8 - tarief centrumfunctie (in €) |
|
|
tarief 2001 |
11,3074 |
|
kostenontwikkeling 2001 |
0,4995 |
|
taakstellende bezuiniging 2002 |
- 0,1811 |
|
verlaging i.v.m. beschikbare middelen 2002 |
0,0000 |
|
tarief 2002 |
11,6258 |
|
e. Artikel 9 - tarief inwoners (in €) |
|
|
tarief 2001 |
2,7039 |
|
kostenontwikkeling 2001 |
0,1194 |
|
taakstellende bezuiniging 2002 |
- 0,0433 |
|
verlaging i.v.m. beschikbare middelen 2002 |
0,0000 |
|
tarief 2002 |
2,7801 |
|
f. Artikel 10 - tarief oppervlakte land (in €) |
|
|
tarief 2001 |
14,5029 |
|
kostenontwikkeling 2001 |
0,6407 |
|
taakstellende bezuiniging 2002 |
- 0,2322 |
|
verlaging i.v.m. beschikbare middelen 2002 |
0,0000 |
|
tarief 2002 |
14,9114 |
|
g. Artikel 12 - forfaitaire bedragen tram/trolley (in duizenden euro's) |
||||
|
ROA |
SRR |
HGL |
KAN |
|
|
bedrag 2001 |
26.986 |
18.744 |
21.007 |
2.140 |
|
kostenontwikkeling 2001 |
1.192 |
828 |
928 |
94 |
|
taakstellende bezuiniging 2002 |
- 432 |
- 300 |
- 336 |
- 34 |
|
verlaging i.v.m. beschikbare middelen 2002 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
bedrag 2002 |
27.746 |
19.272 |
21.599 |
2.200 |
|
h. Artikel 13- forfaitaire korting (in duizenden euro's) |
||||
|
ROA |
SRR |
HGL |
||
|
forfaitaire korting 2002 |
- 1.472 |
0 |
0 |
|
i. Artikel 14 - forfaitair bedrag toezichthouders tram (in duizenden euro's) |
||||
|
ROA |
SRR |
HGL |
||
|
forfaitair bedrag 2002 |
2.185 |
1.603 |
1.068 |
|
j. Artikel 15 - forfaitair bedrag instandhouding metro (in duizenden euro's) |
||||
|
ROA |
SRR |
|||
|
forfaitair bedrag 2002 |
0 |
358 |
||
Verantwoording inzake de besteding van de ontvangen bijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer in 2002 van <naam concessieverlener>.
|
(Bedragen in duizenden euro's) - |
Regulier ov (incl. trein) |
Toeganke- lijkheid |
Sociale veiligheid |
Totaal |
|
|
A |
Saldo reserve 1-1-2003 |
||||
|
Rentebijschrijving over saldo reserve 1-1-2003 |
|||||
|
Totaal A |
|||||
|
B |
Ontvangen bijdrage in 2003 t.b.v. 2003 en volgende (briefnr.) |
||||
|
Ontvangen bijdrage in 2003 t.b.v. 2003 en volgende (briefnr.) |
|||||
|
Totaal ontvangen bijdrage in 2003 t.b.v. 2003 en volgende |
|||||
|
Ontvangen bijdrage in 2003 t.b.v. eerdere jaren dan 2003 (briefnr.) |
|||||
|
Ontvangen bijdrage in 2003 t.b.v. eerdere jaren dan 2003 (briefnr.) |
|||||
|
Totaal ontvangen bijdrage in 2003 t.b.v. eerdere jaren dan 2003 |
|||||
|
Totaal B |
|||||
|
C |
Toegekend aan <naam concessiehouder> |
||||
|
Toegekend aan <naam concessiehouder> |
|||||
|
Toegekend aan <naam concessiehouder> |
|||||
|
Totaal toegekend aan concessiehouders in 2003 |
|||||
|
Verbeteringen toegankelijkheid 1)Voor specificatie zie bijlage 4b. |
|||||
|
Sociale veiligheid 2)Voor specificaties zie bijlagen 4c en 4d. |
|||||
|
Investeringen in infrastructuur t.b.v. OV |
|||||
|
Onderhoud en instandhouding van infrastructuur t.b.v. OV |
|||||
|
Bedrijfsvervoer |
|||||
|
CVV |
|||||
|
Kosten activiteiten medewerkers |
|||||
|
Overige (uitgaven > € 45.000 nader specificeren) |
|||||
|
Totaal overige bestedingen in 2003 |
|||||
|
Totaal C |
|||||
|
D |
Saldo reserve 31-12-2003 (A + B - C) |
||||
|
Ondertekening concessieverlener |
datum |
||||
|
Waarmerking accountant |
datum |
|
(Bedragen in duizenden euro's) |
Bedrag |
Aantal |
|
Meerkosten aanschaf lage vloerbussen |
||
|
Meerkosten aanschaf lage vloertrams |
||
|
Meerkosten aanschaf lage vloertreinen |
||
|
Totaal meerkosten aanschaf lage vloermaterieel |
||
|
Overige verbeteringen rijdend materieel (projecten > € 45.000 nader specificeren) |
||
|
Verbeteringen stations en haltes (projecten > € 45.000 nader specificeren) |
||
|
Totaal bestedingen verbetering toegankelijkheid |
||
|
(Bedragen in duizenden euro's) |
Bedrag |
|
Menselijk toezicht |
|
|
Technische hulpmiddelen |
|
|
Opleiding en training |
|
|
Aanpassingen van voertuig of omgeving |
|
|
Voorlichting en communicatie |
|
|
Samenwerkingsverbanden |
|
|
Totaal bestedingen sociale veiligheid |
|
Effect feitelijke incidenten (verplicht): |
|
|
Effect op veiligheidsgevoel (verplicht): |
|
|
Effect op daders (aanbevolen): |
|
|
Ondertekening concessieverlener |
datum |
|
Waarmerking accountant |
datum |
Dit controleprotocol heeft betrekking op de controle van de door de concessieverlener af te leggen verantwoording inzake de besteding van de ontvangen bijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer op basis van de Wet personenvervoer 2000.
De volgende regelgeving is van toepassing:
de Wet personenvervoer 2000, verder aangeduid als de wet;
het Besluit personenvervoer 2000, verder aangeduid als het besluit;
de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001, verder aangeduid als de regeling;
alle overige van toepassing zijnde documentatie.
De volgende begrippen zijn van toepassing:
derde-accountant: de accountant van de concessieverlener;
verantwoording: de door de concessieverlener aan de Minister van Verkeer en Waterstaat in te zenden verantwoording, als bedoeld in artikel 68, onderdeel b, van het besluit;
jaarrekening: de door de concessieverlener aan de Minister van Verkeer en Waterstaat in te zenden jaarrekening van de concessiehouder, als bedoeld in artikel 68, onderdeel a, van het besluit.
In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de controle door de accountant van de concessieverlener ten behoeve van de onder 1.1 genoemde bijdrage, alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd.
Het is mogelijk dat door of namens de Departementale Accountantsdienst van Verkeer en Waterstaat een review zal worden uitgevoerd bij de derde-accountant ter toetsing van de naleving van dit controleprotocol. Indien een review wordt uitgevoerd, zal hierover tevens overleg worden gepleegd met de betreffende concessieverlener.
De controle dient zowel de getrouwe weergave van de financiële verantwoording alsmede de rechtmatige besteding van de ter beschikking gestelde bijdrage te omvatten. Van de derde-accountant wordt derhalve verwacht dat hij niet alleen de getrouwheid van de verantwoording controleert, maar dat hij ook de naleving van de subsidievoorwaarden toetst. Dit betekent dat nagegaan dient te worden of de uitgaven passen binnen het kader van de geldende regelgeving.
Bij de uitvoering van de controle door de derde-accountant van de verantwoording van de concessieverlener dient te worden vastgesteld dat:
de onder 1.1 genoemde bijdrage geheel is aangewend voor openbaar vervoer zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a tot en met e, van de regeling, dan wel is opgenomen in een daarvoor bestemde reserve zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel f, van de regeling;
de verplichtingen voor de concessiehouder (zoals vastgelegd in de onder 1.2 genoemde regelgeving) zijn opgenomen in de overeenkomst c.q. afspraken tussen de concessieverlener en concessiehouder;
in het desbetreffende jaar de concessiehouder beschikt over een vergunning conform het gestelde in artikel 14 en 15 van het besluit;
de interne en administratieve organisatie van de concessieverlener voldoende waarborgen geeft, dat er redelijkerwijs van uit kan worden gegaan, dat de overige bestedingen geheel zijn aangewend voor de specifieke doelen waarvoor zij zijn bestemd (de geoormerkte bijdrage), danwel zijn aangewend voor openbaar vervoer;
ten aanzien van de activiteiten bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, van de regeling, waarvan de kosten ten laste van de bijdrage zijn gebracht, dient te worden vastgesteld dat deze zijn gebaseerd op een (sluitende) kostenverdeeladministratie en betrekking hebben op het openbaar vervoer. De derde-accountant beoordeelt tevens de aanvaardbaarheid van de gehanteerde kostenverdeelsleutels.
De uitgaven voor sociale veiligheid worden op `middelenniveau' gespecificeerd naar de volgende maatregelen:
menselijk toezicht, vooral in de vorm van controle en service in of nabij voertuigen, stations en/of halteplaatsen;
technische hulpmiddelen, zoals camera's en meld- of communicatiesystemen;
opleiding en training van rijdend, toezichthoudend en operationeel leidinggevend personeel;
aanpassingen van voertuig (o.a. herstel vandalisme) of omgeving (o.a. herinrichting stations);
voorlichting en communicatie gericht op een breed publiek of specifieke doelgroepen;
samenwerkingsverbanden met o.a. politie, justitie, gemeenten en (andere) vervoerbedrijven.
De uitgaven voor sociale veiligheid worden op `resultaatniveau' gespecificeerd naar de volgende effecten:
effect op de feitelijke incidenten zoals lastig vallen, bedreiging, diefstal en mishandeling, ten aanzien van het personeel en de reizigers;
effect op het veiligheidsgevoel (de subjectieve veiligheid) van zowel het personeel als de reizigers.
Tevens wordt aanbevolen:
effect op daders in de zin van de pakkans, het aantal recidivisten en het aantal opgelegde straffen (taak of strafrechtelijk).
De uitgaven voor verbeteringen van de toegankelijkheid van rijdend materieel en stations of haltes worden op `middelenniveau' gespecificeerd naar de volgende maatregelen:
de meerkosten van de aanschaf van lage vloermaterieel;
overige toegankelijkheidsverbeteringen van het rijdend materieel;
verbeteringen van de toegankelijkheid van stations en haltes.
Ten aanzien van de onder 3.1 genoemde specifieke aandachtspunten geldt dat alle bij de controle geconstateerde en niet gecorrigeerde fouten en onzekerheden, individueel of in totaal, groter dan 1% van de bijdrage danwel hoger dan € 225.000 worden gerapporteerd. De bevindingen worden als een gewaarmerkte bijlage toegevoegd aan de te hanteren modelverklaring die onder 4.2 is opgenomen.
Model-accountantsverklaring bij een door een concessieverlener af te leggen verantwoording inzake de besteding van de bijdrage voor de exploitatie van openbaar vervoer.
Ingevolge uw opdracht hebben wij de bijgevoegde en door ons gewaarmerkte verantwoording van
< naam concessieverlener > over < jaar > inzake de besteding van de bijdrage voor het verrichten van openbaar vervoer gecontroleerd. Deze verantwoording is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de leiding van <naam concessieverlener>. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de verantwoording te verstrekken.
Onze controle is verricht in overeenstemming met algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat. Verder is ons onderzoek verricht met inachtneming van het controleprotocol genoemd in artikel 19, tweede lid, van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001.
Wij zijn van oordeel dat de verantwoording voldoet aan de ter zake gestelde eisen.
<Plaats en datum>
<Ondertekening>