Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
de voorzitter, tevens lid van de Raad van bestuur, van het UWV.
Besluit:
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
de voorzitter, tevens lid van de Raad van bestuur, van het UWV.
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is inclusief een vakantie- en een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen van de voor het UWV geldende CAO.
De bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van vakantie- en eindejaarsuitkering, uitbetaald in gelijke maandelijkse termijnen.
De vakantie- en eindejaarsuitkering worden eens per jaar uitbetaald, in de maanden mei respectievelijk december van ieder jaar.
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt aangepast aan de ontwikkeling van de lonen in de voor het UWV geldende CAO.
De voorzitter kan over een bepaald kalenderjaar een toeslag van maximaal 10% van de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, ontvangen uiterlijk in de maand april van het jaar volgend op dat kalenderjaar, tenzij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van oordeel is dat niet tot toekenning kan worden overgegaan.
De voorzitter heeft recht op een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen van de voor het UWV geldende CAO.
De voorzitter heeft aanspraak op de verloff aciliteiten die gelden voor de personen in dienst van het UWV.
In geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling zijn de bepalingen ten aanzien van doorbetaling van de bezoldiging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, alsmede de suppletieregeling gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de sector rijk, van overeenkomstige toepassing.
In geval van niet-herbenoeming dan wel tussentijds ontslag, anders dan op eigen verzoek en anders dan ten gevolge van eigen schuld of toedoen, heeft de voorzitter in aanvulling op de reguliere aanspraak op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet aanspraak op een bovenwettelijke uitkering.
De hoogte en duur van deze uitkering worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Besluit bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Rijk, met dien verstande dat als berekeningsbasis voor de hoogte van genoemde uitkering geldt het salarisbedrag dat geldt voor leden van de topmanagementgroep, bedoeld in bijlage A van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984, exclusief bijzondere toeslagen.
De voorzitter onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zouden zijn verzekerd.
Deze regeling wordt aangehaald als: Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur UWV.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.