In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.
CWI: Centrale organisatie werk en inkomen;
b.
Voorzitter: de voorzitter, tevens lid van de Raad van bestuur, van de CWI;
c.
CAO: Collectieve arbeidsovereenkomst.
Artikel
2
Bezoldiging
1
De bezoldiging van de voorzitter bedraagt € 136.134,06 bruto per jaar.
2
Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is inclusief een vakantie- en eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen van de voor de CWI geldende CAO.
3
De bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, wordt, met uitzondering van vakantie- en eindejaarsuitkering, uitbetaald in gelijke maandelijkse termijnen. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden eens per jaar uitbetaald, in de maanden mei respectievelijk december van ieder jaar.
4
Het bedrag, bedoeld het eerste lid, wordt aangepast aan de ontwikkeling van de lonen in de voor de CWI geldende CAO.
5
De voorzitter kan over een bepaald kalenderjaar een toeslag van maximaal 10% van de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, ontvangen uiterlijk in de maand april van het jaar volgend op dat kalenderjaar, tenzij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van oordeel is dat niet tot toekenning kan worden overgegaan.
Artikel
3
Kostenvergoedingen
1
De voorzitter heeft recht op een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de ‘regeling dienstreizen CWI’ voor het vergoeden van reis- en verblijfkosten.
De voorzitter ontvangt een tegemoetkoming in de ziektekosten overeenkomstig de bepalingen van de voor de CWI geldende CAO.
Artikel
4
Verlof
De voorzitter heeft aanspraak op de verloffaciliteiten die gelden voor de personen in dienst van de CWI.
Artikel
5
Arbeidsongeschiktheid
In geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling zijn de bepalingen ten aanzien van doorbetaling van de bezoldiging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, alsmede de suppletieregeling gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de sector rijk, van overeenkomstige toepassing.
Artikel
6
Ontslag en niet-herbenoeming
1
In geval van niet herbenoeming dan wel tussentijds ontslag, anders dan op eigen verzoek en anders dan ten gevolge van eigen schuld of toedoen, heeft de voorzitter in aanvulling op de reguliere aanspraak op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet aanspraak op een bovenwettelijke uitkering.
De voorzitter onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zouden zijn verzekerd.
2
Het is de voorzitter verboden nevenbetrekkingen te vervullen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3
Het is de voorzitter in zijn ambt verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.
Artikel
8
Uitvoering van deze regeling
1
De kosten die voortvloeien uit deze regeling komen ten laste van de CWI.
2
De CWI is belast met de uitvoering van deze regeling.
3
Voor zover niet anders is vermeld zijn de bepalingen van de voor de CWI geldende CAO van overeenkomstige toepassing.
Artikel
9
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Rechtspositieregeling voorzitter Raad van bestuur CWI.
Artikel
10
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
`s-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W.A.Vermeend