Verordening op de Raad voor Geschillen

De ledenvergadering van het NIVRA,

Gelet op artikel 19, lid 1, van de Wet op de Registeraccountants, stelt de volgende verordening vast;

Artikel

I

Inleidend artikel

Artikel

1

Er is een Raad voor Geschillen, hierna te noemen: de Raad.

Hoofdstuk

I

: Taak van de Raad

Artikel

2

Hoofdstuk

II

: Samenstelling van de Raad

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het bestuur van het NIVRA benoemt, na overleg met de voorzitter van de Raad, een secretaris en zo nodig een plaatsvervangend secretaris van de Raad. Dezen moeten het doctoraat examen Nederlands recht aan een Nederlandse universiteit met goed gevolg hebben afgelegd. Zij zijn geen lid van de Raad.

Artikel

8

Artikel

9

Hoofdstuk

III

: Onderzoeken en beslissingen van de Raad

Artikel

10

Artikel

11

De eis wordt ingesteld bij een schriftelijk gemotiveerde conclusie, waaruit de inhoud van het geschil duidelijk blijkt. De verweerder wordt in de gelegenheid gesteld schriftelijk, gemotiveerd op de conclusie van eis te antwoorden.

Artikel

12

De Raad behandelt een haar voorgelegd geschil op de wijze die hij dienstig oordeelt, met inachtneming van de bepalingen van deze verordening. De voorzitter van de Raad regelt de werkzaamheden.

Artikel

13

De voorzitter, dan wel de Raad is bevoegd, onder het stellen van een termijn, van partijen te verlangen dat zij de Raad schriftelijk of mondeling nadere inlichtingen verschaffen, of bepaalde stukken overleggen.

Artikel

14

Artikel

15

Een tegenvordering die niet uiterlijk bij het eerste antwoord van verweerder zoals bedoeld in artikel 11, tweede volzin, is ingesteld, kan nadien niet meer in dezelfde geschillenprocedure worden ingesteld. De oorspronkelijke eiser wordt in de gelegenheid gesteld schriftelijk op de tegenvordering te antwoorden.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Indien één der partijen voor of tijdens de behandeling van een geschil de wens uitspreekt, dat de Kamer van verdere behandeling afziet, zal de Kamer, indien de andere partij zich daartegen niet verzet, de zaak als afgedaan beschouwen.

Artikel

19

Artikel

20

Is de Kamer van oordeel dat het geschil in staat van wijzen is, dan stelt zij haar uitspraak vast.

Artikel

21

Alle beslissingen van de Kamer worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.

Artikel

22

De Kamer bepaalt dat de kosten van de procedure tot een door de Kamer te bepalen bedrag door één of door beide partijen worden gedragen. Daarbij bepaalt de Kamer tevens in hoeverre de procedurekosten worden voldaan uit het depot als bedoeld in artikel 9.

Artikel

23

Artikel

24

Zodra de Kamer bij de behandeling van een geschil haar einduitspraak heeft gedaan, zenden de leden van de Kamer de in hun bezit zijnde stukken, die op dit geschil betrekking hebben, aan de secretaris. Deze draagt zorg, dat de stukken in het archief van de Raad worden bewaard of, voorzover zij overtollig zijn, worden vernietigd.

Artikel

25

Overgangsbepaling

Artikel

26

De ledenvergadering waarin de leden van de Raad voor de eerste maal worden benoemd, kan ten aanzien van de zittingsduur van deze personen regelen stellen, welke afwijken van het bepaalde in artikel 5.

Slotbepaling

Artikel

27

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam: Verordening op de Raad voor Geschillen.

Artikel

II

De Verordening op het beslechten van geschillen wordt ingetrokken.

Overgangsbepaling Verordening op de Raad voor Geschillen

Artikel

III

Artikel

1

Artikel

IV

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2002.